Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst
Inleiding
Als cliënt van een GGZ instelling en als cliënt van een
vrijgevestigde hulpverlener heb je bepaalde rechten. Deze rechten
zijn vastgelegd in de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst
(WGBO).
Het
recht op informatie
Om met een behandelvoorstel akkoord te kunnen gaan, betekent dat
je als cliënt goed geïnformeerd moet zijn over:
- wat
de diagnose is
- waar
de behandeling uit bestaat (gesprekken, medicijnen e.d.)
-
andere behandelingsmogelijkheden (second-opinion)
- de
risico's van de behandeling
- de
bijwerkingen van de behandeling
Deze
informatie wordt zowel mondeling en desgevraagd schriftelijk gegeven.
De informatie is zoveel mogelijk afgestemd op het 'bevattingsvermogen'
van de cliënt.
Het
geven van toestemming
De behandeling kan alleen uitgevoerd worden na toestemming van de
cliënt. Wanneer je toestemming hebt gegeven, kun je die te
allen tijde weer intrekken. In acute situaties mag er gehandeld
worden zonder je toestemming. De WGBO geeft hier regels voor.
Het
medisch dossier en het recht op inzage
Je hulpverlener is verplicht om een dossier bij te houden. In het
dossier staan alle gegevens in die betrekking hebben op je behandeling.
Als cliënt heb je:
- recht
op inzage in het dossier
-
recht op een kopie van je dossier
-
recht op het corrigeren van het dossier in geval er zaken in staan
die niet kloppen en kun je een eigen stuk toevoegen aan het dossier
-
recht op het vernietigen van het dossier (tenzij er dringende
redenen zijn om het te bewaren)
Het
recht op privacy
Als cliënt heb je recht op bescherming van je persoonlijke
gegevens. Informatie mag niet zomaar doorgegeven worden aan derden
zoals: partner, je familie, vrienden of aan hulpverleners die niet
bij jou behandeling betrokken zijn. Dit mag alleen gebeuren na toestemming
van de cliënt.
Vertegenwoordiging
Soms zijn er situaties waarin cliënten/patiënten niet
over zich zelf kunnen beslissen (wilsonbekwaam). Bijvoorbeeld in
het geval iemand dement is, verstandelijk gehandicapt of in coma
ligt. In zulke situaties kan de rechter een curator of mentor benoemen.
Een
andere mogelijkheid is dat een echtgenoot of partner, anders een
ouder, kind, broer of zuster als wettelijk vertegenwoordiger optreedt
en zo de belangen van de cliënt behartigt. Ook kan iemand als
vertegenwoordiger optreden die van te voren door de cliënt
schriftelijk gemachtigd is.
Wilsverklaring
Soms kan er een situatie optreden dat je als cliënt even
niet meer voor je zelf kan beslissen. Als het gaat om de geestelijke
gezondheidszorg dan kan men denken aan een steeds terugkerende verwardheid.
In dit soort situaties kan men vooraf iets op papier zetten over
hoe er dan gehandeld moet worden om erger te voorkomen. Dit wordt
ook wel een positieve wilsverklaring genoemd. Helaas zijn
positieve wilsverklaringen niet afdwingbaar en kan de hulpverlener
dit naast zich neerleggen.
Bij
een negatieve wilsverklaring, bijvoorbeeld in geval van
verwardheid wil ik niet in een separeer en dit gebeurd toch, dan
kan de cliënt naar de rechter toestappen.
Minderjarigen
Bij kinderen is toestemming nodig van de ouders/voogd. Bij kinderen
vanaf
12 jaar moeten zowel de ouders/voogd als het kind zelf toestemming
geven voor het behandelplan. Vanaf 16 jaar heeft iedereen zelf het
recht om over de behandeling te beslissen.
De
plichten van de cliënt
Als cliënt heb je naast rechten ook plichten, zoals:
- de
hulpverlener duidelijk en volledig informeren
-
het binnen redelijke grenzen de behandeladviezen van de hulpverlener
opvolgen
-
het betalen van de GGZ instelling of de vrijgevestigde hulpverlener
(bijvoorbeeld via de zorgverzekeraar, eigen bijdrage)
De
rechten en plichten van de hulpverlener
De hulpverlener heeft het recht om:
- zijn
eigen beslissing te nemen ten aanzien van de behandeling
- niet
zonder meer te doen wat de cliënt of diens vertegenwoordiger
hem vraagt
-
een behandeling weigeren wanneer dit medisch gezien niet noodzakelijk
is
De
belangrijkst plicht van de hulpverlener is het verlenen van goede
zorg.
Top
|