Waarom
Inleiding
Een op verschijnselen gebaseerde indeling van zelfbeschadiging biedt
een atheoretisch overzicht waarbij het gedrag gedefinieerd is in
observatietermen. Deze eenduidige en objectieve beschrijvingen van
gedrag bevorderen de communicatie tussen hulpverleners en wetenschappelijk
onderzoek. Ze brengen echter onvoldoende in beeld wat de motieven
zijn voor het gedrag dat kenmerkend is voor het individu en geven
daarmee onvoldoende houvast voor een behandelingsplan.
Niemand
weet precies waarom cliënten zichzelf beschadigen, hoewel er
inmiddels meerdere verklaringsmodellen voorhanden zijn. De verbindende
schakel tussen observeerbaar gedrag en deze theoretische verklaringsmodellen
is de innerlijke beleving van het individu dat zichzelf beschadigt
en onderzoek blijkt een opmerkelijke diversiteit in handelwijze
(gedrag), bewuste rationele veronderstelling (cognities) en gevoelsmatige
betekenis (affect) in de antwoorden van cliënten op de vraag
waarom zij zichzelf beschadigen.
Groepen
De redenen voor zelfbeschadiging kunnen globaal in drie groepen
worden gegroepeerd:
- Affect
regulatie;
-
Communicatie;
-
Controle/straffen.
Affect
regulatie
Onder affect regulatie wordt het reguleren van de gemoedsbeweging
verstaan, zoals het lichaam weer in evenwicht brengen in een fase
van turbulentie of overweldigende gevoelens. Hieronder valt ook
het verbinden met je lichaam na een episode van dissociatie, het
kalmeren van het lichaam in tijden van hoog emotionele en fysiologische
hyperarousal, het valideren van innerlijke pijn met een andere expressie
en het voorkomen van suïcide vanwege ondraaglijke gevoelens.
In vele gevallen is zelfbeschadiging een overlevingsmechanisme.
En kan het gezien worden als de meest geïntegreerde en zelfbeschermende
keuze in een zeer begrensd veld van mogelijkheden.
Communicatie
Sommige cliënten gebruiken zelfbeschadiging als een manier
om zichzelf te uiten zonder woorden. Wanneer de nonverbale communicatie
in de vorm van zelfbeschadiging direct naar de anderen is gericht,
wordt zelfbeschadiging dikwijls gezien als manipulatie. Manipulatie
is gewoonlijk een indirecte poging om iets te vragen. Wanneer een
persoon leert op een directere manier te vragen zal er ook eerder
naar hem/haar geluisterd worden en zal de indirecte manier ook afnemen.
Controle/straffen
Zelfcontrole en affect regulatie overlappen elkaar enigszins. De
zelfbeschadiging krijgt een magisch karakter. Door het steeds opnieuw
opvoeren van het trauma wordt er een poging gedaan het gevaar te
bezweren (wanneer ik mijzelf pijn doe, gebeuren de dingen waar ik
bang voor ben niet) en zodoende controle te krijgen over jezelf
en anderen.
Betekenissen
zelfbeschadiging
Zelfbeschadiging
als een manier om met ondraaglijke gevoelens om te gaan:
- Het
stoppen, verminderen, vermijden of afleiden van pijnlijke emoties,
gedachten, herinneringen
- Emotionele
uitlaatklep: gevoelens die er op een andere manier niet uitkomen
- Zich
bevrijden van herbelevingen van (seksueel) misbruik
- Het
willen uitschreeuwen van de ervaring van misbruik, mishandeling
of verwaarlozing
- Zelfbeschadiging
is als schreeuwen zonder je mond open te doen
- Aan
zelfbeschadiging wordt een bevrediging ontleend, die nodig is
om ernstige frustratie, krenking, verlies of verlating te boven
te komen
- Het
overstemmen van de psychische pijn: fysieke pijn is minder erg
dan de emotionele pijn; de mindere pijn willen voelen
- Pijn
leren verdragen: als je deze lichamelijke pijn kan verdragen,
kan ik ook andere pijn verdragen
- Dissociatie
oproepen ter bescherming van ondraaglijke gevoelens: stoppen met
denken en/of voelen
- Suïcide
voorkomen
Zelfbeschadiging
als uitdrukking van een negatief zelfbeeld:
- Het
leven verdrijven, de dood willen voelen
- Onvrede
met of boosheid op het eigen lichaam dat verraad pleegde, zwak
of gewillig was: het lichaam onaantrekkelijk willen maken, willen
vernietigen, het slechte eruit snijden, branden of slaan
- Zelfhaat:
zichzelf kapot willen maken of pijn doen
- Delen
van jezelf straffen
- Jezelf
straffen of boete doen vanwege het doorbreken van de geheimhouding
over het misbruik of mishandeling of andere geheimen
Zelfbeschadiging
als uiting van verstoord zelfbeleving of een poging om fragmentatie
van het zelf of gebrek aan zelfbesef op te heffen:
- Boosheid
en woede uiten naar een andere identiteit: verplaatste boosheid
ten aanzien van de misbruiker
- Een
kinddeel dat in het verleden leeft straffen
- Terugkeren
naar de realiteit: bij afnemende vermogen om normale prikkels
te ontvangen, het vervreemd raken van je omgeving, gewijzigde
waarneming van tijd (opheffen van derealisatie)
- Uiting
van vervreemding van het eigen lichaam: het lichaam wordt ervaren
als een object van anderen, als niet-zelf
- Terug
vinden van lichaamsgrenzen, stoppen van het vervloeiingsgevoel:
de huid als grens tussen ik en niet-ik
- Bevrijden
van vervreemding: opheffen van het gevoel vervreemd te zijn van
andere personen (opheffen van depersonalisatie)
- Bevestiging
van het zelf of verlener van je identiteit: ik doe het om te bewijzen
dat ik besta; de geest verlaat het eigen lichaam en keert pas
terug als je het bewijs hebt dat je leeft en menselijk is
- Dissociatie
opheffen/controle erover krijgen: leegheid en gevoelloosheid opheffen
- Het
leven willen voelen: gevoel van pijn geeft het besef van leven
- Bloed
willen zien: als bewijs dat je leeft
- Suïcide
voorkomen
Zelfbeschadiging
als poging tot autonomie en zelfcontrole:
- Zelfreiniging:
het (kwade)bloed weg laten vloeien
- Controle
krijgen over jezelf als het niet lukt grip te krijgen op de omgeving
- Zelfbeschadiging
geeft een gevoel van controle over lichaam en leven: het 'verantwoord'
kunnen beschadigen zonder gevaar voor eigen leven; de hoge frequentie
van zelfbeschadiging, kan echter ook het gevoel geven de controle
te verliezen
- Poging
om orde te creëren in de chaos
- Het
kwade in jezelf straffen door jezelf: de baas over jezelf willen
zijn, onafhankelijkheid en eenzaamheidsgevoelens zijn bekend terrein
- Versterken
van zelfwaardegevoel: zich superieur voelen, jezelf meer pijn
kunnen doen dan dan anderen dat kunnen
- Controle
over de pijn krijgen: eigen dader willen zijn
- Het
lichaam beschermen tegen indringers die het seksueel willen misbruiken
- Veiligheid
en uniekheid: bij leegheid en gevoelloosheid is er altijd nog
de pijn en het bloed voor jezelf; het zelfbeschadigend gedrag
geeft sommigen die het gevoel hebben doorgaans onzichtbaar te
zijn, het gevoel uniek te zijn: littekens zijn het enige wat ik
heb al het andere is niet van mij
- Euforie
en een plezierig gevoel oproepen: hogere gevoelens ervaren of
spanning door het spelen met de eigen grenzen en de hoeveelheid
te verdragen pijn
- Oproepen
van seksuele gevoelens
Zelfbeschadiging
als manier van communicatie:
- Naar
binnen gekeerde boosheid of agressie bedoeld voor anderen
- Agressie
naar anderen toe voorkomen/schade beperken: jezelf pijn doen uit
angst een ander pijn te doen en daarmee die ander te verliezen
- Manier
van communiceren over zelfhaat: je niet begrepen voelen in hoe
diep die zelfhaat zit en hoe slecht je gevoelens of gedachten
zijn
- Symbolische
manier om te communiceren met de dader van het misbruik, om te
laten zien wat die heeft aangericht
- Jezelf
pijn doen, om aan de ander een wraakactie te ontlokken
- De
hulpverlener willen bestraffen
- Hulpverlener
tarten te stoppen met de behandeling
- Uitdrukking
van verzet, boosheid, frustratie of wraak; laten zien wat de ander
heeft aangedaan
- Een
ritualistische daad van wraak naar hulpverleners die de cliënt
straffen, separeren, onder dwang voeden en medicatie geven
- Shockeren
- Drama
of theater opvoeren waarbij je jezelf al slachtoffer als slachtoffer
ziet en de passieve centrale figuur blijft
- Erger
voorkomen, bijvoorbeeld ontslag uit het ziekenhuis
- Omgeving
dwingen tot het verschaffen van zorg, aandacht en liefde
- Speciale
positie willen behouden
- Aandacht
vragen: jezelf verwonden zodat iemand vraagt wat er aan de hand
is, aangeven dat er hulp nodig is, behoefte aan zorgende aandacht
- Opgemerkt
willen worden door iemand die ziet hoe groot het psychische lijden
is
Psychodynamische
betekenissen zelfbeschadiging
Van
de persoonlijkheidstheorieën biedt het psychoanalytisch referentiekader
het breedste scala van hypothesen die gedrag begrijpelijk maken,
maar door het hoge abstractieniveau van de theoretische constructen
is het moeilijk om een verband te leggen tussen deze theorieën
en het manifeste gedrag. Om deze leemte te vullen is recent het
‘Ontwikkelingsprofiel’ geïntroduceerd, dat zich
goed leent om de uiteenlopende psychodynamische betekenissen die
een gedragspatroon kan hebben systematisch in kaart te brengen en
daar therapeutische consequenties aan te verbinden.
Met
de ontwikkelingspsychologie als referentiekader wordt in het Ontwikkelingsprofiel
uitgegaan van een fasegewijze ontwikkeling van het individu. Alle
fasen worden door een ieder doorlopen, maar niet in dezelfde tijd
en met wisselend succes. Het gedrag van de volwassene wordt getypeerd
door de mate waar in hij de bij zijn leeftijd passende ‘gezonde’
aangepaste (adaptieve) gedragspatronen heeft ontwikkeld en de mate
waarin zijn gedrag wordt bepaald door vroege of ‘ongezonde’
aangepaste (maladaptieve) patronen.
Er
worden tien ontwikkelingsniveaus onderscheiden, die hiërarchisch
zijn geordend van onrijp naar rijp. Er worden zes ‘ongezonde’
aangepaste (maladaptieve) niveaus beschreven, met als thema’s:
1.
Structuurloosheid;
2. Fragmentatie;
3. Egocentriciteit;
4. Symbiose;
5. Verzet;
6. Rivaliteit.
Daarnaast
worden er vier ‘gezonde’ aangepaste (adaptieve) niveaus
beschreven die het gezonde functioneren van de persoon in kaart
brengen, met als thema’s:
1.
Individuatie;
2. Verbondenheid;
3. Generativiteit;
4. Rijpheid.
Samen
geven deze maladaptieve en adaptieve niveaus een sterkte-zwakte-analyse
van iemands persoonlijk functioneren op grond waarvan een behandelpan
kan worden opgesteld. Hieronder worden deze thema’s verder
uitgewerkt.
Structuurloosheid
Het gedrag wordt gekenmerkt door het ontbreken van een innerlijk
referentie kader en door het ontbreken van bepaalde algemeen menselijke
vermogens. Het gedrag is onsamenhangend en wordt grotendeels bepaald
door momentane interne of externe prikkels. Consequenties van het
handelen worden niet overwogen en de behoefte zich te beschadigen
wordt direct bevredigd. De cliënt kan onbereikbaar zijn, vertoevend
in zijn eigen, voor anderen oninvoelbare belevingswereld. Innerlijke
zelfrepresentaties lijken te ontbreken, de cliënt lijkt zelf
niet in staat zijn eigen ervaringen te symboliseren. Het probleemoplossend
gedrag wordt gekenmerkt door een gestoorde realiteitstoetsing, hetgeen
zich kan manifesteren in loochening, wanen of waanachtige ideeën
en
(pseudo-)hallucinaties. Hier vinden we de zelfbeschadiging zoals
dat beschreven is bij de grove zelfbeschadiging bij uiteenlopende
psychotische stoornissen, de stereotiepe zelfbeschadiging bij verstandelijk
gehandicapten en de compulsieve zelfbeschadiging die volledig als
een automatisme wordt beleefd.
Fragmentatie
Het gedrag wordt gekenmerkt door een gebrek aan innerlijke samenhang
en door frequente wisselingen in zelfgekozen doelen, waarbij alleen
een ander de innerlijke belevingswereld van de cliënt kan structureren.
Er is sprake van een vaag of tegenstrijdig zelfbeeld, waarbij de
cliënt een overmaat aan lustvolle ervaringen nodig heeft om
de confrontatie met een gevoel aan innerlijke leegte uit de weg
te gaan. De cliënt is slechts in beperkte mate in staat zijn
ervaringen een persoonlijke of affectieve betekenis te verlenen.
Bij stress wordt het gedrag gekenmerkt door primitieve afweermechanismen
als splitsen of projectieve identificatie, door dissociatie of door
direct te handelen (ageren), zonder zelf een bedoeling of betekenis
aan het gedrag te koppelen. Hier vinden we de zelfbeschadiging zoals
dat beschreven is bij de verschillende vormen van de oppervlakkige
zelfbeschadiging, waarbij een snelle, maar meestal kortdurende vermindering
van onaangename gevoelens zoals leegte, onbestemde angst, spanning,
voortdurende aanwezige sombere stemming of prikkelbaarheid, derealisatie/
depersonalisatie of woede wordt bewerkstelligd.
Egocentriciteit
Het belangrijkste kenmerk is de overwaardige of egocentrische houding,
waarbij de cliënt zich superieur opstelt en anderen voor hem
slechts fungeren als leverancier voor zijn eigen behoeftebevrediging.
Op teleurstellende situaties wordt met almacht gereageerd, of de
ander wordt gedevalueerd. Er zijn in de literatuur weinig voorbeelden
te vinden waarbij de motieven voor de zelfbeschadiging terug te
voeren zijn tot dit niveau. Het is mogelijk dat uitgesproken narcistische
problematiek juist beschermt tegen zelfbeschadiging.
Symbiose
Kenmerk hiervan is onvolledige separatie, onvermogen om in het dagelijks
leven zelfstandig te functioneren zonder directe steun, betrokkenheid
en zorg van belangrijke anderen. De waarde die de cliënt zichzelf
toekent wordt overwegend bepaald door de waardering door anderen,
waarbij een onverzadigbare passieve liefdesbehoefte voortdurend
om bevrediging vraagt. Personen of situaties die hem teleurstellen
verliezen de betekenis die ze oorspronkelijk voor hem hadden of
het streven om bepaalde doelen te verwezenlijken wordt opgegeven.
Er is een gebrek aan basisvertrouwen. Voor cliënten met episodisch
of repeterende zelfbeschadiging vormt het verlangen naar zorg of
aandacht bij navraag vaak een van de bewuste motieven om tot zelfbeschadiging
over te gaan.
Verzet
Kenmerken hiervan zijn gebrek aan autonomie en gebrek aan innerlijke
vrijheid. De cliënt voelt zich overheerst door anderen. Zijn
eigenwaarde ontleent hij aan geleverde prestaties. De normen die
hij hanteert zijn rigide en streng. Het streven van de cliënt
wordt in belangrijke mate bepaald door de behoefte aan macht. Bij
stress wordt het affect geïsoleerd of verschoven, waarbij de
cliënt de agressie op zichzelf kan richten. Coping-stijlen
die gehanteerd worden zijn onder meer controle en verzet. Ook kan
de cliënt zichzelf straffen, bewust of onbewust. In de literatuur
over oppervlakkige zelfbeschadiging worden (zelf)haat, wraak, (zelf)bestraffing
en behoefte aan controle en autonomie vaak genoemd als motieven
om tot een daad van zelfverwonding te komen.
Rivaliteit
De onzekerheid over eigen kwaliteiten als volwassen vrouw of man
is hier kenmerkend en resulteert in het streven zichzelf te bewijzen
en de ander te overtreffen of te degraderen. Men heeft de behoefte
om uitzonderlijk te zijn. De eigenwaarde wordt ontleend aan de vergelijking
van de eigen capaciteiten met die van anderen, waarbij de ander
als idool kan worden beleefd. Er is een grote behoefte om capaciteiten
exhibitionistisch te etaleren. In de literatuur over oppervlakkige
zelfbeschadiging is herhaaldelijk beschreven dat zelfbeschadiging
in instellingen waar cliënten verblijven soms epidemische vormen
aanneemt. Er wordt beschreven dat veel cliënten meestal niet
in hun polsen snijden zolang ze niet zijn opgenomen in een psychiatrisch
ziekenhuis maar dat ze dit gedrag hebben geleerd van hun medecliënten.
Ze snijden dan vaak in groepjes, waarbij gevoelens van rebellie
tegen de staf en onderlinge competitie belangrijke motieven vormen.
Het
zelfbeschadigingsproces
Het
zelfverbeschadigingsproces kent vier fases, te weten:
- De
beginfase;
- De
klimmende fase;
- De
crisisfase;
- De
postcrisisfase.
De
beginfase
De beginfase is het denkstadium (negatieve gedachten, frustratie
in de omgang met anderen, stemmen (horen), herbelevingen of andere
triggers).
De
klimmende fase
De klimfase is het gevoelsstadium (onveiligheid, toenemende
spanninngen, overweldigende gevoelens).
De
crisisfase
De
crisisfase is het gedragstadium (poging tot controlebehoud, controle
verlies, impulsief, dissociatie)
De
postcrisisfase
De
postcrisisfase is het het effect van de zelfbeschadiging (gevoel
van opluchting, controleherstel, pijnbeleving, schuldgevoel, schaamte,
angst, dissociatie).
Top
|
|
"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."
Brigitte Bardot
"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."
George Lucas
"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."
John Barrymore
|