Vormen
Inleiding
We
doen allemaal dingen die niet goed voor ons zijn en die ons op korte
of langere termijn misschien zouden kunnen schaden. We doen ook
allemaal dingen die ons daadwerkelijk beschadigen zonder de intentie
om dat te doen. Sommige vormen van zelfbeschadiging worden (deels)
maatschappelijk geaccepteerd en sommige anderen worden maatschappelijk
gesanctioneerd omdat het gezien wordt als niet te tolereren gedrag.
Als
men uitgaat van de opzettelijkheid (het deliberate) van de zelfbeschadiging
dat vaak genoemd wordt bij de beschrijving van het verschijnsel
maakt men het volgende onderscheid; Is het 'niet toe te schrijven
aan toevallige ongelukken’ en is het ‘doelbewust en
weloverwogen’ geweest. Vooral in het laatste geval is de kans
groot dat het zelfbeschadigend gedrag als een vooropgezette daad
met een manipulatief doel wordt beschouwd. Tegen deze betekenisgeving
wordt door menigeen echter bezwaar gemaakt. Immers zelfbeschadiging
heeft verscheidene functies, maar hulpverleners zijn geneigd om
dit gedrag doorgaans bij cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis
op te vatten als een manier om van anderen iets gedaan te krijgen.
Vanuit cliëntenperspectief vindt men de kwalificatie ‘opzettelijk’
onjuist omdat ze verwijst naar een vooropgezette, gewenste daad.
De drang tot zelfbeschadiging kan plotseling opkomen, met weinig
of geen besef van wat er gaande is, weinig of geen gewaarwordingen
of bewuste gedachten. Twee derde van de cliënten verwondt zichzelf
vanuit een impuls, zonder het besef van de actie en de consequenties
daarvan. Het is raadzamer om in de terminologie en definiëring
neutraal te blijven en het woord ‘opzettelijk’ te vermijden.
Een alternatief is het adjectief 'door zichzelf toegebracht’
dat in het Engels gebruikt wordt (self-inflicted) als men wil aangeven
dat er geen sprake is van toevallige ongelukken. Voor een juiste
diagnose en behandeling moet de zelfbeschadiging geclassificeerd
kunnen worden.
Classificatie
zelfbeschadiging
Zelfbeschadiging
kan op diverse manieren geclassificeerd worden, te weten:
- Direct
of indirecte schade;
- De
ernst I;
- De
ernst II;
- De schade op het lichaamsweefsel en het patroon van het gedrag;
- De
vorm.
Direct
of indirecte schade
Met
het criterium direct of indirect kan het verschil worden aangegeven
tussen zelfmisbruik en zelfbeschadiging. Tot het zelfmisbruik rekent
men gedragingen die indirect of op termijn schadelijk kunnen
zijn voor het lichaam, zoals hongeren of onregelmatige eten, het
innemen van niet-dodelijke drugs, roken, alcohol drinken, het innemen
van vergif, het inslikken van vreemde objecten, het eten van (teveel)
verzadigde vetten, (teveel) suikers en zout, vezelarmvoedsel en
gevaarlijke sporten beoefenen.
Onder
zelfbeschadiging verstaan we gedragingen die direct leiden
tot letsel, verandering of vernietiging van de huid of het lichaam
zonder dat sprake is van een bewuste suïcidale intentie.
| |
Direct |
Indirect |
Hoge
kans op dodelijke afloop |
Suïcidepoging
(eenmalig) |
Beëindiging
van behandeling die van levensbelang is, zoals nierdialyse
(eenmalig) |
Kans
op dodelijke afloop |
Suïcidepogingen
(meerdere keren)
A-typisch
opzettelijk zelfbeschadigingssyndroom (eenmalig) |
Optredens
met een hoog risico, zoals stunten (meerdere keren)
Acute
dronkenschap (eenmalig) |
Lage
kans op dodelijke afloop |
Opzettelijk
zelfbeschadigingssyndroom (meerdere keren) |
Chronisch
alcoholisme, ernstige zwaarlijvigheid, veel roken (meerdere
keren) |
Bron:
Pattison & Kahan, 1983
De
ernst I
Volgens
Favazza & Rosenthal (1993), worden er drie subcategorieën
onderscheiden voor zelfbeschadiging, te weten:
- Ernstige
zelfbeschadiging;
- Stereotiepe
zelfbeschadiging;
- Oppervlakkige
of matige zelfbeschadiging.
Ernstige
zelfbeschadiging
Hier worden zelden voorkomende handelingen onder verstaan
met zeer ernstige gevolgen, zoals ogen uitsteken, castratie, amputatie
van borsten of ledematen. Vaak wordt deze vorm geassocieerd met
psychosen en acute vergiftigingen. Seksuele en religieuze motieven
zijn vaak de verklaring voor dit gedrag.
Stereotiepe
zelfbeschadiging
Hier worden de volgende handelingen onder verstaan,
zoals bonken of bijten met een tamelijk vast patroon van uitdrukking,
symbolisch en ritmisch. Deze vorm wordt vaak geassocieerd met een
verstandelijke handicap.
Oppervlakkige
of matige zelfbeschadiging
Hier gaat het om, in tegenstelling tot ernstige zelfbeschadiging,
om herhaaldelijk terugkerende handelingen met een lage kans op een
dodelijke afloop, die doorgaans leiden tot relatief weinig schade
aan de huid. Voorbeelden zijn snijden, krassen, krabben of branden
van de huid, wonden open krabben, prikken met naalden, breken van
botten en zichzelf slaan. Het is het meest gevarieerde en bekende
type in de psychiatrie. Deze vorm heeft een langdurig karakter en
wordt geassocieerd met een hoeveelheid aan psychiatrische diagnosen
en betekenissen.
De
schade op het lichaamsweefsel en het patroon van het gedrag
De indeling volgens Favazza & Simeon (1995), is gebaseerd op
enerzijds de mate waarin het lichaamsweefsel beschadigd wordt en
anderzijds op het patroon van het gedrag dat tot de zelfbeschadiging
leidt, te weten:
-
Grove zelfbeschadiging;
-
Stereotiepe zelfbeschadiging;
-
Oppervlakkige/gematigde zelfbeschadiging (compulsief, episodisch,
zich herhalend).
Grove
zelfbeschadiging
Grove zelfbeschadiging leidt tot duidelijke weefselschade, hetgeen
soms zelfs dodelijk kan aflopen. Bekende voorbeelden zijn het verwijderen
van een oog, zelfcastratie of amputatie van een lichaamsdeel. Het
gedrag vindt meestal plotseling plaats, maar kan ook zorgvuldig
zijn voorbereid. Doelbewuste suïcidepogingen behoren in dit
kader niet beschouwd te worden als een vorm van zelfbeschadiging.
Grove zelfbeschadiging is een relatief zeldzaam fenomeen en vormt
geen prototypisch symptoom van een specifiek psychiatrisch ziektebeeld.
Het is vooral beschreven bij psychotische stoornissen, stemmingsstoornissen,
acute vergiftigingen (bijvoorbeeld LSD) en transseksualiteit.
Bij
een psychotisch toestandsbeeld of acute vergiftiging lijken cliënten
nogal eens onbewogen over hun zelfbeschadiging en kunnen er zelf
vaak geen verklaring voor geven. In andere gevallen lijken vooral
religieuze of seksuele thema’s een rol te spelen, waarbij
tekstfragmenten over het verwijderen van een oog of zelfcastratie
uit de bijbel opgenomen worden in een waansysteem. Het horen van
hemelse of demonische stemmen, kan zelfbeschadiging uitlokken. Zondigheid
in het kader van een psychotische depressie kan het motief vormen
om een rigoureuze daad te stellen. Een uitzondering hierop vormt
de zelfcastratie door sommige transseksuele mannen, die doelbewust
en zorgvuldig gepland tot een dergelijke daad kunnen overgaan.
Stereotiepe
zelfbeschadiging
Deze vorm omvat gedragingen als bonken met het hoofd, op de oogballen
drukken en op vingers, lippen of de binnenzijde van de wang bijten.
Het is repeterend, ritmisch van karakter en het volgt grotendeels
een vast gedragspatroon. Het lijkt geen duidelijke symbolische betekenis
te hebben en is niet gekoppeld aan een bepaalde gedachtegang of
een specifiek affect. Het wordt vaak gevonden bij cliënten
met een verstandelijke handicap, autisme en andere neuro-psychiatrische
ontwikkelingsstoornissen. Ook bij het syndroom van Gilles de la
Tourette wordt deze vorm van zelfbeschadiging relatief vaak waargenomen.
Oppervlakkige/gematigde
zelfbeschadiging
Oppervlakkige/matige zelfbeschadiging omvat gedragingen die resulteren
in relatief geringe weefselbeschadiging en wordt onderverdeeld in
drie vormen, te weten:
- Compulsieve;
-
Episodische;
-
Repeterende zelfbeschadiging.
Compulsieve
zelfbeschadiging
Deze vorm omvat gedragspatronen die meestal meerdere malen per dag
plaatsvinden, zoals het uittrekken van haren (trichotillomanie),
nagelbijten (onychofagie), ‘pukkelen’ of krabben van
de huid. Er is vaak een mengeling van compulsieve en impulsieve
tendensen.
Het
gedrag vindt meestal plaats in aansluiting op een onweerstaanbare
drang en resulteert in een bevrediging of afname van deze drang.
Cliënten omschrijven deze vorm van zelfbeschadiging vaak als
een automatisme, zonder doelbewuste intentie. Het is maar zelden
gekoppeld aan een uitgesproken cognitieve betekenis of specifieke
gevoelsmatige ervaring. De subjectief beleefde afname van spanning
onderscheidt compulsieve zelfbeschadiging van stereotiepe zelfbeschadiging.
Alleen trichotillomanie wordt in de DSM-IV omschreven als een aparte
stoornis bij de ‘Stoornissen in de impulscontrole’.
Episodische
zelfbeschadiging
Deze vorm omvat gedragingen als beschadigen van de huid door snijden,
krassen, excessief krabben, branden, verstoren van de wondgenezing
of prikken met naalden. Ook zichzelf stompen, voorwerpen in het
urinekanaal inbrengen of de vagina verwonden valt binnen deze categorie
van zelfbeschadiging. Vaak worden meerdere methoden gebruikt om
zichzelf te beschadigen.
Cliënten
beschrijven dat dit gedrag leidt tot een snelle, maar meestal kortdurende
afname van symptomen, zoals spanning, angst, intense boosheid en
woede, versnelde gedachtegang, depersonalisatie, depressiviteit
en gevoelens van leegte of eenzaamheid. Episodische oppervlakkige
zelfbeschadiging kan worden opgevat als een morbide vorm van zelfhulp
die leidt tot een snelle effectieve, maar kortdurende vermindering
van uiteenlopende onaangename gevoelens.
Het
essentiële kenmerk van episodische oppervlakkige zelfbeschadiging
vormt het terugkerende onvermogen om impulsen om het eigen lichaam
te beschadigen te weerstaan, zonder dat hierbij sprake is van een
suïcidale intentie. Vaak gaat het gepaard met andere stoornissen
in de impulscontrole zoals eetbuien en alcohol- of drugsmisbruik.
Er kan symptoomverschuiving optreden, waarbij zelfbeschadiging afneemt
als de eetstoornis of het alcoholmisbruik zich ontwikkelt of juist
andersom. Episodisch oppervlakkig zelfbeschadiging is beschreven
bij de borderline persoonlijkheidsstoornis, antisociale persoonlijkheidsstoornis,
posttraumatische stress-stoornis, dissociatieve stoornissen, eetstoornissen
en verslavingen. Episodische zelfbeschadiging kan soms epidemische
vormen aannemen in gevangenissen, opname-afdelingen in de psychiatrie
of opvoedingstehuizen voor jongeren.
Zich
herhalende zelfbeschadiging
Voor sommige cliënten vormt het gedrag dat beschreven is bij
de episodische zelfbeschadiging een aanhoudende en overweldigende
bezigheid. Ze beleven zichzelf als verslaafd aan zelfbeschadiging
en lijken een identiteit aan te nemen van ‘snijder’
of ‘brander’. Vaak beschadigen zij zich voor het eerst
tijdens de vroege adolescentie en gaan daarna door met dit gedragspatroon.
Zelfbeschadiging wordt dan een terugkerende respons op stressvolle
interne of externe stimuli en kan zo tientallen jaren blijven bestaan,
afgewisseld met rustiger periodes.
Ofschoon
de zelfbeschadiging uiteindelijk het resultaat is van een onvermogen
om impulsen te beheersen, kunnen cliënten met deze vorm van
zelfbeschadiging uren- of zelfs dagenlang met de daad bezig zijn
en zich overgeven aan een rituele reeks van gedragingen, zoals plaatsen
op de huid uitzoeken of benodigde attributen op compulsieve wijze
in een speciale volgorde rangschikken. Zelfbeschadiging vindt meestal
plaats wanneer men alleen is. Bijkomende ogenschijnlijk bizarre
ervaringen, zoals drinken van het eigen bloed of opvangen van bloed
in kleine flesjes, kunnen niet toegeschreven worden aan een psychose.
Repeterende zelfbeschadiging is door Favazza (1996) omschreven als
een apart syndroom dat een plaats zou verdienen bij de ‘Stoornissen
in de impulscontrole’ van de DSM-IV: de repeterende zelfbeschadigings-stoornis.
Het is echter niet als zodanig als diagnostische categorie in de
DSM-IV opgenomen, maar zou geclassificeerd mogen worden als een
‘Stoornissen in de impulscontrole NAO (niet anderszins omschreven)’.
De
ernst II
Een
andere indeling die betrekking heeft op de ernst van de zelfbeschadiging
is zoals Van Moffaert (1990) dit doet. Hij spreekt ook over cutane
artefacten. Cutane artefacten worden gedefinieerd als zelfgeïnduceerde
dermatologische letsels. Van alle organen en orgaansystemen is de
huid het voorkeursorgaan voor door cliënten zelf geprovoceerde
beschadigingen. Huidartefacten zijn relatief frequent door de gemakkelijke
bereikbaarheid van de huid. Uit een onderzoek van Van Moffaert bleek
dat dermatitis artefacta en het snijden in de huid tezamen 80% van
de vastgestelde artefacten uitmaken. In de restgroep vindt men het
inslikken van lichaamsvreemde objecten, het veroorzaken van botbreuken,
het beschadigen van genitaliën en het verwijderen van de oogbollen.
Klinische
entiteiten
Binnen de groep van van cutane artefacten of zelfgeïnduceerde
dermatologische letsels worden door Van Moffaert vijf klinische
entiteiten onderscheiden:
- Dermatitis
artefacta;
- Acne
excorieé;
- Trichotillomanie;
- Parasietenwaan;
- Secundaire
beschadigingen bij hypochondrie.
Dermatitis
artefacta
Dit
wil zeggen huidafwijkingen die kunstmatig veroorzaakt worden om
een authentieke huidaandoening na te bootsen.
Acne
excorieé
Op
al bestaande acne-letsels worden door dwangmatige maar bewuste huidmanipulatie
ontvelling en verlies van opperhuid geprovoceerd.
Trichotillomanie
Manipuleren
en uittrekken van hoofd en lichaamsharen.
Parasietenwaan
Secundaire
graafbeschadigingen van cliënten met de waan dat er onderhuids
parasieten aanwezig zijn.
Secundaire
beschadigingen bij hypochondrie
De
huidbeschadigingen zijn een epifenomeen van hypochondrie of van
waanvorming, waarvan de inhoud op een dermatologische afwijking
betrekking heeft (monosymptomatische hypochondrische psychose).
Naast
deze welomschreven dermatologische syndromen zijn er nog andere
typen van huidbeschadigingen, waarbij de verwonding verder gaat
dan de huid en ook onderliggende weefsels en organen betreft.
- Delicate
self-cutting;
- Zelfverminking.
Delicate
self-cutting
Dit
zijn repetitive ondiepe snijwonden, meestal aan de bovenkant van
de armen. Hechten is meestal niet nodig; de evenwijdige littekens
zijn karakteristiek.
Zelfverminking
Dit
is een residucategorie van zeldzamere atypische verwondingen van
de opperhuid en onder de huid zelf, soms gerealiseerd door het onderhuids
inbrengen van naalden of andere scherpe voorwerpen. Opzettelijke
zelfbeschadiging van de vagina en anus behoort ook tot deze restgroep.
Het openhouden of opzettelijk infecteren van operatieve wonden alsook
auto-amputatie (autocastratie of het verwijderen van de oogbollen)
worden tot deze heterogene groep gerekend.
De
vorm
De vormen
kunnen uitsplitst worden in:
- Rituele
zelfbeschadiging
- Niet-opzettelijke
zelfbeschadiging
- Opzettelijke
zelfbeschadiging
Rituele
zelfbeschadiging
Oorsprong
en betekenis
Rituele zelfbeschadiging, zoals het aanbrengen van littekens als
lichaamsversiering heeft zijn oorsprong in Afrika. Rituelen zijn
symbolische handelingen die van generatie op generatie overgebracht
worden. Voor sommige mensen helpen ze het leven te ordenen en er
zin aan te geven, ze bieden houvast; voor anderen zijn ze een blok
aan het been. De motieven en redenen van het aanbrengen van littekens
in het kader van rituele zelfbeschadiging verschillen onderling,
maar hebben ook gelijkenissen. Veelal benadrukken ze de sociale
of politieke rol van een persoon en geven ze deze een identiteit.
Scartificaties
Scarificaties worden ook beschouwd als een bevestiging van de schoonheid,
als een teken van gezondheid en bevorderend voor de seksuele aantrekkingskracht
en assertiviteit. Scarificaties impliceren een groepsverbintenis
en benadrukken rituele, spirituele verhoudingen. Bij Afrikaanse
vrouwen treft men de scarificaties voornamelijk aan op de buik,
dijen, billen en schouders. In vele culturele groepen worden scarificaties
geassocieerd met de toegenomen vruchtbaarheid van jonge vrouwen.
In Afrika houden vele stammen deze vorm van lichaamsversiering nog
steeds in stand , alhoewel snijden in het gezicht tegenwoordig in
alle Afrikaanse landen verboden is. Voor de Afrikanen met donkere
huid is het een alternatief voor een tatoeage die immers op een
donkere huid nauwelijks tot zijn recht komt. Evenals piercing is
ook dit ritueel weer tot leven gewekt door de zogenaamde “modern
primitives”, jonge mensen die in de betonnen jungle op zoek
gaan naar nieuwe vormen van zelfexpressie.
Scarificaties,
als onderdeel van een cultuur, komt in Afrika ontzettend veel voor.
Het komt er op neer, dat er in de huid gesneden wordt met een vlijmscherp
instrument. Dit kan zijn: een mes, een stuk glas, een scherp gerande
steen of zelfs een scherp stuk van de bast van een cocosnoot. Het
instrument moet wel dusdanig te hanteren zijn, dat er ook mooie
bochtjes te snijden zijn in de vooraf aangebrachte tekening op het
gewenste lichaamsdeel. De insnijdingen helen ongestoord en vormen
blijvende littekens. Het korstje van de helende wond wordt er elke
keer afgetrokken en het resultaat is een steeds beter zichtbaar
litteken.
Scarificaties
als een eeuwenlange, populaire gewoonte komen met name in Soedan
veel voor en per regio zijn de littekens verschillend: Noord-Soedanese
stammen hebben meestal alleen wat inkervingen op de slapen, maar
in het zuiden van het land kent de creativiteit geen grenzen. Sommige
etnische groepen bedekken het hele lichaam met stippen en strepen
en ook het gezicht wordt uitbundig versierd met geometrische patronen.
Scartficaties worden ook gezien in Ethiopië.
Doordat
grote delen van Soedan vrijwel volledig zijn geïsoleerd van
de buitenwereld, is het ritueel blijven bestaan. Dat geldt met name
voor het zuiden waar sinds 1983 een burgeroorlog woedt. Elke etnische
groep (er zijn er ruim 150 in Soedan) heeft zijn eigen littekenpatronen
en kenners kunnen in één oogopslag zien waar iemand
vandaan komt. Een probleem is wel dat steeds minder Soedanezen naakt
rondlopen, zodat een groot deel van de littekens verborgen blijft.
Voor
het littekenen gebruiken ze een vishaak. De huid wordt opgelicht
en het topje wordt eraf gesneden. De wond geneest als een poliepje.
Bijna alle Shilluk hebben een rij poliepjes, die van het ene oor
via het voorhoofd naar het andere oor loopt. De poliepjes zijn soms
wel een centimeter hoog. De lengte is afhankelijk van de kruiden
die je in de wond smeert, bijna elk dorp gebruikt een ander kruid.
Het
littekenen is langzaam aan het verdwijnen. Op het platteland gebeurt
het nog steeds, maar in de steden vinden mensen het primitief. Soedanezen
die littekenpatronen op hun gezicht hebben worden uitgelachen. Stedelingen
vinden hen onbeschaafde boeren die nog in de Middeleeuwen leven.
Vooral hoogopgeleide Soedanezen kijken neer op het ritueel.
Scartificaties
in het Westen
Terwijl het littekenen in Soedan langzaam verdwijnt, neemt de populariteit
in Europa en Amerika toe. Na de tatoeages zijn excentrieke Westerlingen
toe aan iets nieuws. De Westerse interesse voor scarification leidt
echter niet tot dezelfde uitbundige taferelen als in Soedan. De
meeste Westerse liefhebbers nemen een littekenversiering op de bovenarm.
Hun gezicht laten ze intact.
Men
kan zich afvragen of dit lichaamsversiering of lichaamsverminking
is? Velen doen het omdat ze het een echte kunst vinden. Het merendeel
doet het omdat het een trend is. Dan heb je nog enkele anderen die
het doen omdat het stoer is. Maar wellicht is dit aan het veranderen.
Twintig
jaar geleden keken Nederlanders raar op als iemand een penis-piercing
had, maar tegenwoordig is het in bepaalde kringen niet abnormaal
meer. En van piercings door neus en lippen kijken nog maar weinigen
op.
Een
nadeel van littekenen is dat het heel pijnlijk is, veel meer dan
een tatoeage of een piercing. Soedanezen met littekenversieringen
vertellen huiverend over de ontberingen die ze moesten doorstaan.
Maar in het Westen zijn daar verdovingen voor en staat weinig het
aanbrengen van opzettelijke littekens in de weg.
Overig
Onderzoek
heeft uitgewezen dat piercings en/of tatoeages in combinatie met
een eetstoornis bij sommige cliënten die zichzelf beschadigen,
een vorm van self-care is. Het laten aanbrengen van piercings en/of
tatoeages, bleek deze cliënten te beschermen tegen (nog) meer
zelfbeschadiging.
In
Japan is rituele zelfbeschadiging een traditie onder de Yakuza als
ze hun commandant/bendeleider hebben teleurgesteld. Om hun excuses
aan te bieden voor de gemaakte fout, snijden ze zelf met een mes
het bovenste deel van hun pink af en bieden dat aan hun meerdere
aan. Wanneer ze nog een fout maken, moeten ze dit bekopen met hun
leven.
Niet-opzettelijke
zelfbeschadiging
Niet-opzettelijke zelfbeschadiging vindt plaats als iemand
iets doet waardoor lichamelijke schade optreedt, terwijl dit niet
de reden voor het gedrag is. Voorbeelden zijn: roken, alcohol drinken,
underage-binge-drinking (comazuipen bij jongeren), het eten van
(teveel) verzadigde vetten en (teveel) suikers en zout, vezelarme
voeding, te weinig lichaamsbeweging, gevaarlijke sporten beoefenen
en jezelf kapot werken (burn-out).
Zowel
de lichamelijke gevolgen als de psychologische zijn bij deze vorm
van zelfbeschadiging veelomvattend, te denken valt aan:
- Hart-
en vaatziekten (hartinfarct, herseninfarct en hersenbloeding)
- Verergering
astmatische klachten, bronchitis en longkanker
- Cronic
obstructive pulmonary diseases (COPD)
- Kortademigheid
niet gerelateerd aan COPD
- Bepaalde
vormen van kanker, zoals kanker aan de slokdarm, alvleesklier,
het strottenhoofd, de mondholte, de keel, de blaas, de nieren
en de baarmoederhals
-
Negatieve effecten op de voortplanting. Het kan de vruchtbaarheid
bij man en vrouw nadelig beinvloeden. Bij de man kan roken de
seksuele potentie verminderen. En wat natuurlijk heel belangrijk
is: als een zwangere vrouw rookt of passief meerookt, kan dat
nadelige gevolgen hebben voor de baby
-
Hormonale stoornissen
-
Overgewicht
-
Verhoogde cholesterol- en/of triglyceridengehalte in het bloed
-
Hoge bloeddruk
-
Diabetes mellitus type II ('ouderdoms suiker')
-
Galstenen
- Stress-incontinentie
- Aandoeningen
van het bewegingsapparaat
- Obstipatie
- Slaap-apneu-syndroom (perioden van ademstilstand tijdens de
slaap)
- Pickwick-syndroom
(een vorm van slaapapneu veroorzaakt door vet rond de hals en
de longen waardoor het moeilijker is om te ademen tijdens de slaap)
-
Leveraandoeningen
-
Maagzweren
-
Alvleesklierontsteking
-
Korsakov-syndroom (bepaalde vorm van dementie)
-
Psychologische gevolgen
-
Sociale isolatie en verminderde arbeidsgeschiktheid
- Invaliditeit
- Hersenbeschadigingen
- Geheugenstoornissen
en leerproblemen
- Verhoogd
risico op het ontwikkelen van psychiatrische stoornissen en andere
vormen van anti-sociaal gedrag
- Verhoogd
risico op alcoholverslaving
- Schade
aan andere organen
Opzettelijke
zelfbeschadiging
Opzettelijke zelfbeschadiging omvat een scala aan gedrag
met verschillende doelen. Hieronder vallen een overdosis pillen
slikken, al dan niet met de bedoeling suïcide te plegen, zichzelf
snijden, zichzelf brandwonden toebrengen en de eigen huid beschadigen.
Sommige mensen spreken in dit verband over zelfverminking, maar
het feit dat er veelvuldig over gesproken wordt, zowel in de volksmond
als door deskundigen, als een vorm van zelfbeschadiging, betekent
dat het vaak verward wordt met het nemen van een overdosis. Hier
komt de foutieve aanname vandaan dat zelfverminking een vorm van
suïcidaal gedrag is. Zelfverminking heeft zelden suïcide
als opzet, het dient een ander doel.
De
intentie van de zelfbeschadiging: suïcidaal of niet-suïcidaal
Voor
het onderscheid tussen zelfbeschadiging en suïcidaal gedrag
is het van belang of de cliënt met het zelfbeschadigend gedrag
de bedoeling had om zichzelf te doden. Als levensbeëindiging
de intentie was, dan spreken we van suïcidaal gedrag en niet
van zelfbeschadiging. De term 'parasuïcidaal gedrag' staat
voor "any acute, intentional, self-injurious behaviour or action
that puts the individual at risk of injury or loss of life".
Hiermee wordt het hele gebied aangeduid van geen intentie, ambivalentie
tot wel de intentie op zichzelf te doden.
Methoden
zelfbeschadiging
Verwondingen
kunnen op vele manieren worden toegebracht. De
methoden variëren van:
- Veel
voorkomend
- Minder
voorkomend
- Zeldzaam
Veel
voorkomend
De
veel voorkomende methoden zijn: snijden in ledematen, zichzelf branden,
zichzelf slaan, de wondgenezing stagneren, ernstig krassen, bonken
met het hoofd en bijten in de huid.
Minder
voorkomend
De
minder voorkomende methoden zijn: haar uittrekken, botten breken,
snijden in borsten, onderbuik of vagina.
Zeldzaam
De
zeldzame methoden zijn: ogen uitsteken, castratie, amputatie van
borsten of ledematen.
Zelfverbranding
Hoewel
er meerdere methoden bestaan om het lichaam letsel toe te brengen,
zoals: snijden, krassen of het innemen van schadelijke stoffen,
wil ik de methode zelfverbranding apart belichten. Zelfverbranding
kent een brede context. Zo komt zelfverbranding voor bij:
- Psychiatrische
aandoeningen (het merendeel)
-
Politieke conflicten (bijvoorbeeld asielzoekers)
-
Om religieuze motieven (bijvoorbeeld onder orthodoxe christenen
en Hindoes)
Daarnaast
kan zelfverbranding uitgesplitst worden in:
- Poging
tot zelfdoding, dus met een suïcidale intentie
- ‘Klassieke’
zelfbeschadiging, zonder een suïcidale intentie
Het
ontstaan van brandwonden door eigen handelen zijn in het Westen
meestal een gevolg van psychiatrische aandoeningen zoals depressie,
schizofrenie, persoonlijkheidsstoornissen maar ook andere psychiatrische
aandoeningen. Zelfverbranding als politiek protest werd beschreven
in de jaren 1960 en begin 1970. Het komt ook voor bij gevangenen.
In India kunnen bruidsschat problemen, de strikt omschreven rol
van de vrouw in het gezin en conflicten in de familie/gezinscontext
een rol spelen. Ook religieuze motieven blijken een belangrijke
rol te spelen bij zelfverbranding. Zo blijken orthodoxe christenen,
‘als kind’ te leren dat Gods kinderen naar de hemel
gaan en de anderen naar de hel. Bij een psychische crisis waarbij
gevoelens van waardeloosheid, ‘slecht zijn’ en schuld
sterk op de voorgrond staan, verwachten deze groep cliënten
te zullen ‘branden’ in de hel.
Onderscheid
in zelfverbranding
De meest voorkomende methode die door cliënten met een suïcidale
intentie worden gebruikt is een vlam met toevoeging van een brandbare
vloeistof. De brandstoffen die worden gebruikt zijn benzine, kerosine
of methylalcohol. In enkele gevallen ook elektriciteit. De methoden
die door cliënten zonder een suïcidale intentie gebruikt
worden zijn eerder chemicaliën, krultangen, strijkijzers, sigaretten,
aanstekers, lucifers, hete vloeistof of stoom.
In
tegenstelling tot de cliëntengroep zonder suïcidale intentie
is er bij de groep met een suïcidale intentie meestal sprake
van verbranding van een groot lichaamsoppervlak. In de cliëntengroep
zonder suïcidale intentie heeft men zichzelf wel al eerder
beschadigd met een mes.
Cliënten
met een suïcidale intentie hebben doorgaans uitgebreide brandwonden.
Daar is het sterftecijfer dan ook hoger dan bij de groep zonder
suïcidale intentie. Het sterftecijfer is bijna nul, maar vanwege
de herhaaldelijke zelfbeschadigingen die bij deze groep kunnen voorkomen,
zijn de brandwonden uiteindelijke dan ook zeer uitgebreid. Bij beide
groepen kan het voorkomen dat cliënten huidtransplantaties
nodig hebben.
Top
|