Zelfbeschadiging.info
Een website voor cliënten, hulpverleners en belangstellenden
Home Zelfbeschadiging Medisch/EHBO/SEH Patiëntenrecht Externe bronnen Zelfbeschadiging.info

Skin-picking & nagelbijten

Inleiding
Nagelbijten en skin-picking zijn twee aandoeningen die oorspronkelijk werden beschreven als nervous habits, maar tegenwoordig worden beschouwd als impulscontrolestoornissen of compulsieve gedragingen. Deze aandoeningen verdienen aandacht omdat ze veel voorkomen en tot problemen in vooral het fysieke functioneren kunnen leiden. Beide aandoeningen komen vaker voor bij cliënten met obsessieve-compulsieve spectrumstoornissen (OCS) en er zijn verschillende overeenkomsten tussen OCS en deze twee aandoeningen. De oorzaak van beide stoornissen is vooralsnog onbekend, maar er is een relatie met psychosociale stressfactoren en beide gedragingen verlagen angst en spanning. De behandeling van nagelbijten en skin-picking bestaat uit SSRI’s en gedragstherapie. In de toekomst zal verder onderzoek gedaan moeten worden naar de oorzaken, neurobiologische achtergrond en de behandelmogelijkheden van nagelbijten en skin-picking.

Skin-picking en nagelbijten in relatie tot zelfbeschadiging
Skin-picking en nagelbijten worden op het oog niet direct geassocieerd met zelfbeschadiging, hoewel het eigenlijk wel een vorm van zelfbeschadiging is en beide gebaseerd zijn op een stoornis in de impulsbeheersing. Immers de cliënt veroorzaakt wel een vorm van 'letsel'. Het beschadigen van de huid en de nagels wordt het lichaam direct aangedaan.

Historisch perpectief
Het fenomeen skin-picking werd voor het eerst beschreven in 1875 door Wilson die zelf toegebrachte huidbeschadigingen (zogeheten excoriaties) opmerkte bij zijn ‘neurotische’ cliënten. Hij noemde dit neurotische excoriaties. Sindsdien is de stoornis beschreven onder verschillende namen: skin-picking, psychogene excoriaties, dermatotillomanie, acné excoriée. Een zoekopdracht in de zoekmachine Pubmed met deze termen leverde 138 resultaten op. Hierbij valt op dat het grootste deel van de publicaties in de laatste jaren is verschenen.

De milde vorm van nagelbijten wordt in de literatuur vaak in verband gebracht met andere nerveuze gewoonten zoals duimzuigen, giechelen en zenuwtrekken. Wanneer er sprake is van zelfbeschadiging (zoals infecties, littekens, pijn), wordt het als ‘ernstig nagelbijten’ beschreven en dit gedrag wordt meestal gezien als een vorm van zelfmutilatie die te vergelijken is met skin-picking en trichotillomanie. In de literatuur gaat de aandacht in de meeste gevallen uit naar de milde vorm van nagelbijten. Op deze pagina van de website gaat het om de pathologische, ernstige vorm die kan leiden tot bloedingen en ontstekingen van de nagelriem of nagelbed, pijn en littekens.

Symptomen/kenmerken
Noch skin-picking, noch nagelbijten staan vermeld in de DSM-IV-TR, de diagnosen worden vaak ingedeeld bij ‘stoornissen in de impulsbeheersing niet anderszins omschreven’.

Aangezien er geen formele diagnostische criteria zijn voor skin-picking, hanteert men criteria die gebaseerd zijn op de DSM-IV-TR: de skin-picking moet minstens zes maanden aanwezig zijn en moet leiden tot waarneembare huidbeschadigingen en tot duidelijk emotioneel lijden of beperkingen in het functioneren. Andere criteria voor de diagnose zijn een toenemende spanning voorafgaand aan de skin-picking of, wanneer de skin-picking wordt uitgesteld: plezier, bevrediging of opluchting tijdens het gedrag, dat niet is toe te schrijven aan een andere psychiatrische aandoening (parasietenwaan, dementie, mentale achteruitgang) of aan een lichamelijke aandoening (dermatologische, jeuk veroorzakende aandoeningen).

Als maat voor effectiviteit in behandelonderzoek naar pathologisch nagelbijten wordt meestal de lengte van de nagel genomen of er worden schalen gebruikt die niet zijn gevalideerd. Enkele auteurs veronderstellen een spectrum dat loopt van impulsiviteit (risicozoekend gedrag) tot compulsiviteit (risicomijdend gedrag). OCS zou op dit spectrum aan het compulsieve uiteinde staan, stoornissen als kleptomanie aan het impulsieve uiteinde. Skin-picking en nagelbijten vertonen kenmerken van impulsiviteit en compulsiviteit. Hoewel dit model op het eerste gezicht aantrekkelijk lijkt, komt het niet overeen met de praktijk (zo kunnen mensen met OCS impulsief gedrag vertonen, zoals woede-uitbarstingen). In 2002 werd een nieuwe term geopperd voor stoornissen zoals skin-picking en nagelbijten: Body-Focused Repetitive Behaviors (BFRB’s) (letterlijk: op het lichaam gerichte repetitieve gedragingen).

Naast skin-picking en nagelbijten behoren ook bijten op de huid, krabben en kauwen op de binnenzijde van de wang of lippen tot de BFRB’s, wanneer deze gedragingen problemen in het functioneren teweegbrengen. Er is een aantal overeenkomsten tussen deze gedragingen waardoor ze onder een noemer geplaatst kunnen worden.

  1. De eerste overeenkomst is dat ze zich richten op het eigen lichaam met een concentratie op de (deels) vervangbare delen zoals de nagels en de huid;
  2. Een tweede overeenkomst tussen BFRB’s is het effect van de gedragingen, die in eerste instantie niet schadelijk lijken, maar uiteindelijk negatieve fysieke en sociale gevolgen kunnen hebben zoals ontstekingen, littekens, minder zelfvertrouwen en overdreven zorg over de mening van anderen;
  3. Een derde overeenkomst is de functionaliteit van de gedragingen. Onderzoek heeft aangetoond dat het gedrag een uiting is van angst en eenzaamheid of verveling;
  4. Ten vierde is er een reden voor een DSM-classificatie, aangezien deze gedragingen veel voorkomen en ernstige negatieve gevolgen kunnen hebben;
  5. De vijfde reden waarom een aparte classificatie voor deze gedragingen is gecreëerd, is dat de ernstige vormen van skin-picking en nagelbijten niet als aparte aandoeningen bestaan in de DSM-IV-TR. De DSM-IV-TR vereist dat het gedrag moet leiden tot problemen in sociaal of beroepsmatig functioneren of andere belangrijke gebieden van functioneren. In het geval van BFRB’s is het gebied van disfunctioneren het fysiek functioneren. Vanwege de overeenkomsten met OCS wat betreft de verschijnselen, behandeling en het hebben van meerdere diagnoses naast elkaar, lijkt het aannemelijk skin-picking en pathologisch nagelbijten te scharen onder de obsessieve-compulsieve spectrumstoornissen.

Overeenkomsten en verschillen met (OCS)
Overeenkomsten tussen skin-picking en OCS zijn de ervaringen dat de (abnormale) dingen die men doet normaal zijn, het rituele karakter, de herhaling en het onweerstaanbare en oncontroleerbare aspect van beide aandoeningen. Skin-picking en het uitvoeren van compulsies geven beide een tijdelijke verlichting van angst of spanning.

Uit een studie van Cullen en collega’s komt naar voren dat het voorkomen van skin-picking duidelijk hoger was bij cliënten met OCS (24%) dan hij de controlepersonen (5,6%). Verder was het voorkomen van skin-picking duidelijk hoger bij familieleden van OCS-cliënten vergeleken met controlefamilies (13,5% versus 4,7%). Andere onderzoeken laten variërende voorkomen zien van skin-picking hij cliënten met OCS: tussen de 10,4% en 25%, terwijl één onderzoek geen duidelijke associatie vindt tussen OCS en skin-picking. In de studie van Richter e.a. (2003) wordt tevens aangetoond dat skin-picking duidelijk vaker voorkomt bij OCS (19%) vergeleken met cliënten met paniekstoornis (7%) of sociale fobie (2%).

Klinisch beeld
Skin-picking wordt gekenmerkt door het voortdurend krabben, peuteren, uitdrukken of uitknijpen van de gezonde huid of een kleine afwijking aan de huid. De kleinste pukkel moet worden opengemaakt of uitgedrukt, met de vingers, met naalden of tandenstokers. Nagelbijten is gedrag dat meestal op kinderleeftijd ontstaat en vaak vanzelf overgaat. De ernst kan uiteenlopen; mildere vormen worden vaak omschreven als ‘verzorging van de nagels met de tanden’ terwijl de ernstige vorm kenmerken heeft van zelfbeschadigend gedrag en kan leiden tot pijn en ontstekingen.

Bij beide stoornissen is er sprake van vermijding: nagelbijters verbergen hun handen achter hun rug of in hun zakken, skin-pickers gebruiken make-up en verbergen gehavende lichaamsdelen met kleding of gaan de deur niet uit. Cliënten met skin-picking controleren zichzelf regelmatig (en vaak op een geritualiseerde manier) in de spiegel. Ze schamen zich, hebben het gevoel de controle verloren te zijn en begrijpen niet waarom ze er niet mee kunnen ophouden. Cliënten met skin-picking geven toe dat ze zelf de verwondingen hebben veroorzaakt, dit in tegenstelling tot cliënten met dermatitis artefacta (door de betrokkene zelf uitgelokte huidletsels, die als echte huidletsels worden getoond). Skin-picking vindt voornamelijk plaats in het gezicht. De meeste cliënten gebruiken cosmetica en ongeveer de helft controleert zichzelf regelmatig in de spiegel.

Evenals bij trichotillomanie worden de handelingen vaak automatisch uitgevoerd, in een soort trance. Meestal gebeurt dit tijdens een andere activiteit zoals bellen of televisiekijken. Bij een minderheid van de cliënten is skin-picking of nagelbijten het belangrijkste wat ze op een dag doen en worden andere activiteiten onderbroken om dit te doen. Bij 85% van de personen met skin-picking wordt dit geassocieerd met een specifieke sensatie zoals jeuk, maar bij slechts 15% van de personen is dat de enige aanleiding. Ook visuele stimuli, zoals pukkels of insectenbeten, zijn een aanleiding voor skin-picking. De meeste cliënten ervaren een gevoel van spanning voorafgaand aan de skin-picking en een gevoel van opluchting of voldoening na afloop.

In een studie met 133 psychologiestudenten met milde skin-picking rapporteerde een vijfde de huid op te eten die eraf gekrabd werd; dit is vergelijkbaar met trichotillomanie waarbij ongeveer de helft van de cliënten de uitgetrokken haren opeet. Driekwart van de personen probeert de skin-picking tegen te gaan door bijvoorbeeld handschoenen te dragen of afleiding te zoeken. Bij 90% van de personen met skin-picking ontstaat weefselschade en 61% ontwikkelt infecties secundair aan skin-picking.

Wanneer milde en ernstige skin-picking met elkaar worden vergeleken, blijkt dat de personen met milde skin-picking vooral na de skin-picking genoegdoening voelen, terwijl cliënten met ernstige skin-picking dit vooral tijdens de handeling ervaren. Ook ervaren personen met milde skin-picking pijn gedurende de skin-picking en niet alleen erna, zoals bij personen met ernstige skin-picking.

De reden voor dit gedrag is het bevredigen van een behoefte. De meeste nagelbijters en skin-pickers beschrijven een bijna oncontroleerbaar gevoel van behoefte om het uit te voeren en een gevoel van opluchting achteraf ongeacht de gevolgen Deze activiteiten helpen enerzijds bij het reduceren van stress, anderzijds zijn het stimulerende bezigheden wanneer iemand verveeld is. Het spanningsreductiemodel van zelfbeschadiging kan toegepast worden op de ernstige vorm van nagelbijten Dit model veronderstelt dat zelfbeschadiging dient als een spanningsreductiemechanisme. Iedere keer dat een persoon bezig is met spanningreducerend, zelfbeschadigend gedrag, wordt dit gedrag bekrachtigd. De kans dat een persoon met dit gedrag zal beginnen in een stresssituatie, wordt hierdoor groter.

Een andere factor die bijdraagt aan het uitvoeren van dit gedrag is een vorm van compulsief perfectionisme. Nagelbijters proberen vaak om een ruw aanvoelende of gebroken nagel er weer perfect uit te laten zien. Skin-pickers staan uren voor de spiegel om hun uiterlijk te inspecteren en de kleinste oneffenheden te ontdekken en deze weg te werken. Paradoxaal genoeg resulteren nagelbijten en skin-picking er juist in dat men er slechter uitziet dan voorheen.

Oorzaken
Een verklaringsmodel voor BRFB’s is het angstreductiemodel. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat mensen die dit soort gedragingen uitvoeren, angstiger zijn en na het gedrag een vermindering van de angst ervaren. Zo heeft onderzoek aangetoond dat een ‘beperkte omgeving’ (verveling, eenzaamheid) kan leiden tot dergelijk gedrag. In een functionele analyse door Wood bij zes kinderen met nagelbijten werd gevonden dat nagelbijten automatisch werd bekrachtigd in ‘beperkte omgevingen’ (bijvoorbeeld alleen zijn of televisie kijken).

Waarom de concentratie van personen met dit repetitieve gedrag gericht is op het lichaam, is nog onduidelijk. Een theorie is dat personen met BRFB’s meer lichamelijke activiteit waarnemen (bijvoorbeeld jeuken van de huid, druk op de nagels) dan personen die geen BRFB’s uitvoeren. Deze stimuli staan dan meer op de voorgrond en worden de focus van repetitief gedrag. Daarnaast werd aangetoond dat er bij personen met BRFB’s sprake is van een groter lichamelijke bewustzijn. Het is mogelijk dat een negatieve stemming (depressie, angst) de aandacht voor lichamelijke stimuli vergroot, waardoor de negatieve bekrachtiging van angst of spanningsreductie door repetitief gedrag vergroot wordt.

Skin-picking en nagelbijten zijn mogelijk verschillende gevolgen van hetzelfde probleem. Een theorie is dat er hetzelfde out-of-control-groomingmechanisme in de hersenen aan ten grond slag ligt. Een andere theorie is dat er een disregulatie bestaat van de hersenmechanismen die het niveau van stimulatie van het centrale zenuwstelsel bepalen en dat deze gedragingen een externe poging zijn deze interne stimulatieniveaus te beïnvloeden. Mensen gaan skin-picken of nagelbijten wanneer er sprake is van overstimulatie (stress of opwinding) of onderstimulatie (verveling). Veel gelijksoortig gedrag kan worden waargenomen bij dieren die in een beperkte of stressvolle omgevingen worden geplaatst. De eerste onderzoeken over skin picking beschrijven dat psychosociale stressfactoren de kans op skin-picking verhogen.

In een studie met 31 personen met skin-picking meldde 39% van de personen dat de klachten waren ontstaan ten tijde van een dermatologische aandoening, zoals acne. Deze personen maken echter ook gezonde huid kapot en stoppen vaak niet wanneer de huid begint te bloeden of als zij pijn krijgen. Dit wijst erop dat er waarschijnlijk geen sprake is van een complicatie van een dermatologische aandoening.

In de studie van Wilhelm e.a. (1999) blijkt dat bijna de helft van de vrouwelijke cliënten terugblikkend bevestigt dat de klachten variëren gedurende de menstruele cyclus, waarbij vlak voor of tijdens de menstruatie de klachten toenemen. Soortgelijke resultaten zijn gemeld voor OCS. In een studie naar het voorkomen en de verschijningsvorm van skin-picking bij 133 psychologiestudenten rapporteerde driekwart van de studenten met (milde) skin-picking echter geen relatie tussen de menstruele cyclus en de klachten.

In een case-report van Denys e.a. (2003) worden twee cliënten met OCS beschreven bij wie skin-picking ontstond na start van SSRI’s en verdween na volledige afbouw van de SSRI’s. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat deze klachten aan serotonine gerelateerd zijn en dat dit impulsieve gedrag ontstaat door het toedienen van SSRI’s. Tot op heden zijn er geen klinische genetische onderzoeken of tweelingonderzoeken uitgevoerd. Ook beeldvormingsonderzoek is niet gedaan bij deze stoornissen.

Demografische kenmerken, voorkomen en beloop
Nagelbijten begint vaak tussen de leeftijd van 5 en 10 jaar en komt veel voor bij zowel kinderen als volwassenen, onafhankelijk van sociaaleconomische afkomst. Het voorkomen van nagelbijten lopen uiteen van 23% tot 45% bij kinderen en 10,1% tot 63,3% bij studenten.

Verschillende onderzoeken beschrijven dat de ontstaansleeftijd van skin-picking tussen de 30 en 45 jaar ligt, één onderzoek beschrijft een ontstaansleeftijd van 15 jaar. Het voorkomen van skin-picking varieerde in drie onderzoeken van 2,7% en 3,8% tot 4,6% bij respectievelijk 439,105 en 133 studenten. Binnen een dermatologische populatie wordt de incidentie geschat op 2%. De gemiddelde ziekteduur varieert tussen de 5 en 21 jaar. Het merendeel van de personen met skin-picking is vrouw en gemiddeld een derde van de cliënten is alleenstaand.

De primaire diagnose of het hebben van een meerdere diagnoses naast elkaar is bij gemiddeld een derde van de personen met body dysmorphic disorder (BDD); 6% tot 52% van de personen heeft OCS; 48% tot 79% heeft een stemmingsstoornis en 58% tot 71% heeft een andere angststoornis. Bij 12% van de personen komen suïcidale ideeën voor en 61% heeft ook last van nagelbijten.

De meest voorkomende persoonlijkheidsstoornis bij personen met skin-picking is de borderline persoonlijkheidsstoornis. Bij ruim een vierde van de cliënten met BDD komt skin-picking voor. Skin-picking kan ook een symptoom zijn van het syndroom van Gilles de la Tourette of het Prader-Willi-syndroom. Het kan ook voorkomen bij psychotische cliënten met parasietenwanen.

Diagnostiek
Om skin-picking goed in kaart te kunnen brengen wordt gebruik gemaakt van een aantal meetinstrumenten, te weten:

  • Skin-Picking Scale (SPS)
  • Skin-Picking Impact Scale (SPIS)

Behandeling
De behandeling voor beide aandoeningen kan bestaan uit een aantal delen, namelijk:

  • Medicatie
  • Gedragstherapie
  • Andere behandelingen

Medicatie
De medicamenteuze behandeling voor skin-picking is vergelijkbaar met de behandeling van OCS en bestaat uit SSRI’s en eventueel toegevoegd met atypische antipsychotica. Een dubbelblind onderzoek naar de behandeling van skin-picking met fluoxetine (tot gemiddeld 55 mg per dag) heeft aangetoond dat deze behandeling effectief is. Bloch e.a. (2001) behandelden in een open onderzoek vijftien cliënten met skin-picking. De acht responders werden vervolgens gerandomiseerd in een dubbelblinde studie met fluoxetine, de cliënten die behandeld werden met het medicijn bleven responder, terwijl alle cliënten die placebo ontvingen, terugvielen. In beide onderzoeken werden geen variabelen gevonden die de respons op fluoxetine konden voorspellen.

Een open onderzoek met sertraline liet een duidelijke afname van de skin-picking zien, net als een vergelijkbaar open onderzoek met fluvoxamine. Christensen (2004) beschrijft een 64-jarige vrouw met skin-picking die niet reageerde op behandeling met verschillende SSRI’s en gedragstherapie. Toevoeging van olanzapine ( 5 mg/dag) aan de fluoxetine (40 mg/dag) gaf een dramatische vermindering van de klachten (van 2 tot 3 uur per dag tot nagenoeg geen klachten), dit effect bleef behouden tot na zes maanden follow-up.

In een dubbelblinde cross-overstudie werden 25 volwassenen met ernstig nagelbijten vijf weken lang behandeld met clomipramine en vijf weken met desipramine. Slechts veertien van de 25 personen maakten het onderzoek af. Er was een duidelijke betere reactie op clomipramine vergeleken met desipramine, ondanks lage doseringen van de medicatie (gemiddeld respectievelijk 120 en 135 mg per dag). Inositol, een B-vitamine met effect op serotonine, is bij twee personen met skin-picking en nagelbijten effectief gebleken.

Psychotherapie
Skin-picking en nagelbijten kunnen worden behandeld met gedragstherapie. De belangrijkste gedragstherapeutische technieken worden hier besproken. Een belangrijke techniek bij het behandelen van dit soort gedrag is habit reversal. Dit is een proces dat bestaat uit vijf stappen:

  1. Zich bewust worden van de gewoonte;
  2. Aanleren van ontspanningsoefeningen;
  3. Leren uitvoeren van bewegingen die onverenigbaar zijn met het terugkerende gedrag;
  4. Bekrachtiging van het nieuw aangeleerde onverenigbare gedrag;
  5. Generalisatietraining om te leren het terugkerende gedrag te beheersen in verschillende alledaagse situaties.

Habit reversal is onderzocht bij 25 volwassenen met chronisch nagelbijten waarvan de helft een placebobehandeling kreeg waarbij alleen werd gepraat over het nagelbijten. De mensen die habit reversal ondergingen, hadden direct na de behandeling en bij follow-up na vijf maanden duidelijk langere nagels (toename 22%) dan de controlegroep, bij wie na vijf maanden de nagels weer even kort waren als voor de behandeling. Opvallend is dat er geen effect was van habit reversal op het psychologisch functioneren, terwijl sommige onderzoekers angst en depressie als mogelijk onderhoudende factoren van BFRB’s beschouwen.

In een andere studie met 4 personen met chronisch nagelbijten werd gevonden dat het aan brengen van een crème met een bittere smaak op de nagels duidelijk beter effect had op de nagellengte vergeleken met een controlegroep, terwijl habit reversal een positieve trend liet zien, maar niet duidelijk beter was dan placebobehandeling.

Teng en collega’s onderzochten het effect van habit reversal bij cliënten met skin-picking. Bij cliënten die behandeld werden, namen de klachten af met 77%, terwijl de onderzoekers geen verandering zagen bij cliënten die op een wachtlijst stonden. Het effect van de behandeling hield drie maanden later nog aan. Een casestudy bij twee volwassen broers met skin-picking liet een verbetering van de klachten zien na habit reversal; na drie maanden had één van de broers een terugval gehad.

Bij stimuluscontrole worden de specifieke gedragingen in kaart gebracht en daarna uitgebannen, vermeden of veranderd; net als omgevingsfactoren, gemoedstoestanden en omstandig heden die geassocieerd worden met skin-picking of nagelbijten. Cliënten leren dus bewust de uitlokkende factoren te beheersen en nieuwe associaties te leggen tussen de behoefte en nieuw niet-destructief gedrag.

Andere behandelingen
Een andere behandelmogelijkheid bij skin-picking is cognitievegedragstherapie (CGT). Deckersbach e.a. (2002) beschrijven zeer succesvolle resultaten bij drie personen met skin-picking waarbij een combinatie van CGT en geselecteerde technieken van habit reversal werd toegepast. In een gevalsstudie werd beschreven dat CGT per telefoon ook effectief kan zijn voor de behandeling van skin-picking.

Bij ernstig nagelbijten zijn covert sensitisation en ontspanningsoefeningen ook effectief gebleken. Deze behandelingen botsen op effectieve wijze met de bekrachtiging die wordt veroorzaakt door de afname van spanning bij nagelbijten. Bij covert sensitisation wordt nagelbijten geassocieerd met een aversieve stimulus, terwijl bij ontspanningsoefeningen de cliënt een alternatieve methode leert om de spanning te reduceren.

Twohig e.a. (2005) beschrijven een vrij nieuwe vorm van gedragstherapie: acceptance and commitment therapy (ACT). Deze therapie gaat ervan uit dat het gedrag bij BFRB’s voortkomt uit een weigering om specifieke gedachten en gevoelens toe te laten. Als reactie daarop gaat men bepaald gedrag uitvoeren (als een soort vermijding van de gedachten en gevoelens), zelfs als dat gedrag schadelijk is. Bij ACT leren cliënten aandacht te schenken aan hun gedachten en gevoel, zodat ze zich meer bewust worden van het denkproces. In deze studie bereikten vier van de vijf deelnemers vermindering van de symptomen na acht wekelijkse ACT-sessies. Het skin-picken daalde gemiddeld van 24-166 keer per dag naar 0-5 keer.

Top

 

"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."

Brigitte Bardot

"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."

George Lucas

"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."

John Barrymore