Pijn
Inleiding
Pijn is een onaangename sensorische en emotionele ervaring die wordt
geassocieerd met een werkelijke of mogelijke weefselbeschadiging.
Pijn is een elementaire waarschuwing voor dreigend gevaar. De reactie
van het lichaam op pijn biedt het lichaam bescherming tegen het
ontstaan van schade of voorkoming van meer schade. Hoewel pijn iets
onplezierig is, kan pijn toch als een positief signaal worden aangeduid.
Pijn die geen waarschuwing op dreigend gevaar vertegenwoordigt of
waarop geen adequate reactie meer mogelijk is, verliest haar positieve
betekenis.
Om
een duidelijk beeld van pijn te krijgen wordt pijn ook gespecificeerd
in:
- Duur
van de pijn: sinds wanneer heeft de patiënt pijn
-
Beloop van de pijn: is de pijn constant aanwezig of met tussenpozen
-
Plaats van de pijn: waar zit de pijn
-
Ernst van de pijn
-
Omschrijving van de pijn: is de pijn bijvoorbeeld brandend of
stekend
Pijn
in relatie tot zelfbeschadiging
Het bespreekbaar maken van pijn na zelfbeschadiging, is in zowel
de GGZ als in de andere sectoren van de gezondheidszorg nog niet
vanzelfsprekend. Dit komt doordat mensen moeite hebben met het verschijnsel
zelfbeschadiging. Zoiets van: “Je moet niet (zo) klagen
over pijn, je hebt het jezelf aangedaan.” Dit is veel
te simplistisch gesteld. Immers bij zelfbeschadiging spelen gecompliceerde
overlevingsmechanismen een rol, zoals bijvoorbeeld zelfbeschadiging
om een uitweg te vinden uit een bepaalde situatie op een bepaald
moment. Zelfbeschadiging is een coping-mechanisme. Kortom, als je
jezelf hebt beschadigd heb je het recht om te zeggen dat je pijn
hebt.
Wat
bepalend voor de bejegening kan zijn is dat, vooral in de GGZ, sommige
hulpverleners de behandelvisie aanhangen die beweerd dat als je
ingaat op de zelfbeschadiging en alle bijkomende gevolgen, het zelfbeschadigende
gedrag bekrachtigd wordt. Deze vlieger gaat ook niet op. Het straffen
en/of negeren van zelfbeschadiging zal eerder nieuwe zelfbeschadiging
uitlokken. Het zal er ook niet door verminderen of stoppen. In sommige
gevallen heeft pijn voelen wel een duidelijke functie. Voorbeelden
hiervan zijn: “Het overstemmen van psychische pijn, fysieke
pijn is minder erg dan de emotionele pijn en geeft deze een gezicht”
of “Om te voelen dat je leeft, gevoel van pijn geeft besef
van leven”.
Een
conclusie die weleens getrokken wordt, is dat cliënten bij
de zelfbeschadiging geen pijn ervaren. Het ligt genuanceerder dan
dat. Er zijn er die wel en er zijn er die geen pijn ervaren. Het
komt ook voor dat er na de zelfbeschadiging nog steeds geen pijn
gevoeld wordt. De oorzaak van het geen tot weinig pijn ervaren is
terug te voeren naar chronische stress die bepaalde veranderingen
veranderingen teweegbrengt. Sommige cliënten die zichzelf beschadigen
hebben een voorgeschiedenis van langdurige traumatisering. Daardoor
treden er veranderingen op in het niveau van de zogeheten endogene
opiaten. Die endogene opiaten, ook wel lichaamseigen pijnstillers
genoemd, zijn stoffen die een krachtige verdovende werking hebben
vergelijkbaar met opium en aanverwante chemische middelen. Wanneer
deze lichaamseigen pijnstillers in grote hoeveelheden geproduceerd
worden is het lichaam minder gevoelig voor pijn en onlustgevoelens.
In rusttoestand, voor zover dat bij cliënten met een dissociatieve
stoornis, posttraumatische stress-stoornis (PTSS), complexe posttraumatische
stress-stoornis (CPTSS) en bij sommige cliënten met een borderline
persoonlijkheidsstoornis (BPS) mogelijk is, zijn bij chronische
stress de lichaamseigen pijnstillers in verminderde mate aanwezig.
Dit hangt nauw samen met de vaak aanwezige gevoelens van depressie
en angst bij deze cliëntengroepen.
Bij
hevige stress echter worden de lichaamseigen pijnstillers juist
in verhoogde mate geproduceerd, waardoor er bijvoorbeeld veel minder
pijn wordt ervaren dan normaal het geval zou zijn. Bij mensen zonder
chronische stress wordt het niveau van deze lichaamseigen pijnstillers
ook wel verhoogd maar in minder extreme mate. Het werkingsmechanisme
van de aanmaak van lichaamseigen pijnstillers wordt steeds beter
begrepen en het vermoeden is ontstaan dat dit verschijnsel een van
de redenen is voor herbelevingen of het steeds opnieuw opzoeken
van stressvolle situaties. Enkele voorbeelden van het opzoeken van
stressvolle situaties, zijn: het aanknopen van riskante seksuele
relaties, roekeloos rijden maar ook zelfbeschadiging. Op deze wijze
het niveau van lichaamseigen pijnstillers hoog houden vermindert
pijn en dempt eveneens gevoelens zoals angst en depressie. Het probleem
is echter dat na afloop het niveau van deze stoffen weer sterk daalt.
Dit vormt dan weer de aanleiding voor herhaling van het stressvolle
gedrag. Er wordt zelfs gesproken van een verslavend effect.
Fysiologie
Pijn
begint bij de zenuwuiteinden die geprikkeld worden of door het beschadigd
zijn van zenuwen. Die prikkels, elektrische signalen, worden via
de pijnbanen doorgegeven aan het ruggenmerg en tenslotte aan de
hersenen.
Vaak
zijn het de kleinere vezels die pijn geleiden. Van de verschillende
zenuwvezels in ons lichaam (A-alfa, A-beta, A-gamma, A-delta, B
en C) geleiden enkel A-delta en C, de kleinere, de pijn.
Pijn
is niet enkel een directe link tussen huid en hersenen zoals René
Descartes destijds dacht, maar is een proces met een sociale dimensie.
Ze kan ook beïnvloed worden door andere prikkels. Een en ander
werd aanneembaar met de poorttheorie (Ronald Melzack en Patrick
Wall). Deze verklaarde dat kleine vezels het pijnsignaal versterken,
terwijl grotere vezels het signaal dempten. Ook prikkels uit het
limbische systeem en de cortex hebben een invloed.
Binnen
het nieuwe fysiologische concept werden pijnprikkels via specifieke
receptoren en pijngeleidende zenuwbanen naar de hersenen geleid,
waar deze tot het bewustzijn doordrongen. In feite is dit een verdere
uitwerking van de ideeën van Descartes. In het licht van de
zintuigfysiologie werd pijn beschouwd als een zelfde kwaliteit als
voelen, horen of zien, met een 'eigen' geleidings- en perceptiesysteem.
In dit licht stelde Max von Frey de specificiteitstheorie op. Binnen
deze theorie bereiken de pijnprikkels via de snel geleidende A-delta-zenuwvezels
of de langzaam geleidende C-zenuwvezels het ruggenmerg. Daar worden
de pijnprikkels vervolgens voortgeleid via een specifieke pijnbaan
(de tractus spinothalamicus) naar het schakelstation in de thalamus,
naar de hersenschors, waar deze tot het bewustzijn doordringt. Dit
inzicht leidde tot de opvatting dat onderbrekingen in dit geleidingssysteem
de pijn zouden kunnen blokkeren.
Soorten
pijnen
Er bestaan verschillende soorten pijnen:
- Acute
pijn
-
Chronische pijn
-
Nociceptieve pijn
-
Neuropathische pijn
Acute
pijn
Acute pijn ontstaat plotseling en gaat relatief snel over. Klinisch
neemt men de grens van zes maanden.
Chronische
pijn
Onder chronische pijn wordt verstaan: pijn die langer dan zes maanden
aanhoudt. Chronische
pijn heeft geen waarschuwingsfunctie meer en veroorzaakt vooral
stress. Chronische pijn is soms moeilijk behandelbaar, omdat de
oorzaak niet te vinden is of omdat de oorzaak niet weg te nemen
is. De resterende behandelwijzen zijn dan pijnstillende medicijnen
of een zenuwbehandeling, hoewel moderne therapieën zich eerder
richten op het pijngedrag en dit proberen om te buigen in normaal
gedrag. Ingaan
op chronische pijn ligt buiten het bestek van deze website.
Nociceptieve
pijn
Deze pijn duidt op weefselschade. Ze voelt eerder stekend, zeurend
aan.
Neuropathische
pijn
Deze pijn is pijn door zenuwbeschadiging. Deze voelt eerder branderig,
tintelend aan.
Bij
zelfbeschadiging zijn de acute-, de nociceptieve- en de neuropathische
pijn actueel.
Pijnbeleving
snijwonden
Deze pijn voelt vaak stekend, zeurend en scherp aan. De pijn bij
snijwonden is doorgaans van kortere duur omdat de genezingstijd
van snijwonden ook korter is. Desondanks kan de pijn bij snijwonden
heftig zijn vooral wanneer er pezen en/of spieren zijn geraakt.
Pijnbeleving
brandwonden
Bij zowel een eerstegraads verbranding, een oppervlakkige tweedegraads
brandwond en een diepe tweedegraads brandwond voelt de pijn letterlijk
branderig, tintelend aan. Vergelijkbare pijn kan ontstaan na een
huidtransplantatie bij een derdegraads brandwond in geval er nog
open wondjes zijn. Bij een derdegraads brandwond voor de huidtransplantatie
is er nauwelijks pijn (bij diepe brandwonden zijn ook de zenuwen
in de huid aangetast).
Bij
brandwonden ontstaat er vaak oedeem. Oedeem is een overmatige vochtophoping
in het weefsel die eveneens pijn kan veroorzaken. Pijn bij oedeem
voelt vaak kloppend aan. Dit komt omdat er stuwing ontstaat bij
het omlaag houden van het aangedane arm of been.
Zolang
de wond nog open is, is er pijn. In tegenstelling tot de genezingstijd
van snijwonden, kan de genezingstijd van brandwonden variëren
van 14 dagen, maanden tot zelfs een jaar. Daar komt nog bij dat
verbandwisselingen en het uitspoelen van de wond vaak zeer pijnlijk
zijn. Wanneer er al dan niet spontaan huid ontstaat neemt de pijn
ook af.
Symptomen/kenmerken
Wanneer je pijn hebt heeft dit invloed op je hele wezen, zoals:
- Verbaal,
bijvoorbeeld: pijn benoemen, au roepen, huilen, schreeuwen, zuchten,
kreunen
-
Non-verbaal, bijvoorbeeld: pijnlijke gelaatsuitdrukkingen, grimassen
-
Fysiologische kenmerken. Fysiologische kenmerken treden met name
op bij acute pijn. Het gaat om: versnelde pols, toename van ademhalingsfrequentie,
verhoogde bloeddruk, verwijdde pupillen, gewijzigde huidskleur
(bleekheid), transpireren, zweten, misselijkheid of braken
-
Beschermend of behoedzaam gedrag, bijvoorbeeld: ondersteunen van
een pijnlijk lichaamsdeel, stilliggen, terugtrekken
-
Lichaamsbewegingen, bijvoorbeeld: ritmisch bewegen, compenserende
lichaamshouding zoeken, ijsberen, wrijven van het lichaam
-
Toegenomen spierspanning
-
Prikkelbaar
-
Op jezelf gericht zijn, niets meer zeggen
-
Depressie
-
Vermoeidheid, verstoring van slaap
Diagnostiek
Pijn kan nog niet goed worden gemeten. Pijn geeft vaak echter wel
een stressreactie, die kan worden afgelezen aan de hartslag en bloeddruk.
Men maakt vaak gebruik van vragenlijsten, zoals:
- McGill
Pain Questionnaire
-
VAS-schaal (Visual Analogue Scale)
Bij
de VAS-schaal wordt de patiënt gevraagd de pijn te lokaliseren
op een ononderbroken lijn of met een getal van 0 tot 100. Deze methode
gaat uit van de veronderstelling dat de patiënt zelf over de
karakteristieken en intensiteit van de pijn kan rapporteren. Bij
comateuze patiënten, verstandelijk gehandicapten en bij de
pasgeborenen kan het meten van pijn bemoeilijkt worden.
Behandeling
Om pijn goed te kunnen bestrijden kun je verschillende dingen doen,
zoals:
- Ten
minste twee maal daags de mate van pijn bepalen. Dit doe je door
een cijfer te geven tussen de één en tien. Bij één
heb je geen pijn en bij tien heel veel pijn
-
Nagaan bij welke score je de pijn nog draaglijk vindt
-
Pijnstillers gebruiken. Wanneer je pijnstillers gebruikt is het
belangrijk om veilige pijnstillers te nemen. Bij een snijwond
kan Aspirine door de bloedverdunnende werking ervan invloed hebben
op de wondgenezing. Gebruik daarom Paracetamol of Ibuprofen. Deze
middelen zijn verkrijgbaar bij de drogist of apotheek. Pijnstillers
zoals Diclofenac worden vaak gecombineerd met een maagbeschermer
zoals Pantozol. Wanneer deze pijnstillers niet werken en je hebt
nog steeds erge pijn, kun je ook opioïden voorgeschreven
krijgen zoals Morfine of Tramadol. Sommige opioïden kunnen
verslavend werken en kan dissociatie veroorzaken. Diclofenac,
Pantozol, Morfine en Tramadol zijn uitsluitend op doktersrecept
verkrijgbaar en worden doorgaans in een opnamesituatie voorgeschreven.
Bij het gebruik van pijnstillers is het belangrijk dat deze volgens
een vast schema ingenomen worden in verband met het opbouwen van
een spiegel
-
Massage
-
Toedienen warmte of koude, bijvoorbeeld: een kruik, warme douche
of bad (zorg wel dat je wonden droog blijven), warme handdoek
of een koud washandje, ijsklontjes in washandje, coldpack
-
Ontspanningsoefeningen, bijvoorbeeld: ademhalingsoefeningen, het
‘wegpuffen’ van pijn
-
Afleiding zoeken. Afleiden is niet eenvoudig, omdat pijn een aandachtvragende
aangelegenheid is. Aangename muziek, beelden of humor kunnen een
positieve invloed hebben op de pijnbeleving
Top
|
|
"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."
Brigitte Bardot
"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."
George Lucas
"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."
John Barrymore
|