Zelfbeschadiging.info
Een website voor cliënten, hulpverleners en belangstellenden
Home Zelfbeschadiging Medisch/EHBO/SEH Patiëntenrecht Externe bronnen Zelfbeschadiging.info

Oorzaken

Inleiding
In een poging het zelfbeschadigend gedrag te begrijpen wordt in de literatuur verklaringen gezocht vanuit verschillende invalshoeken. Zo wordt er onderscheidt gemaakt in de culturele, de sociale, de biologische en de psychologische benadering. Al deze verschillende perspectieven zeggen iets over de complexiteit van zelfbeschadigend gedrag. Geen enkele verklaring geldt voor alle cliënten; bij elke individuele cliënt zal steeds opnieuw bekeken moeten worden waarmee het zelfbeschadigend gedrag samenhangt. De oorzaak van het ontstaan van zelfbeschadiging is dus niet direct aan te wijzen. Een belangrijk gegeven, is dat vroege traumatisering in de kindertijd en andere vormen van psychotrauma bij kunnen dragen aan het ontstaan van zelfbeschadiging.

Psychotrauma
Vroege traumatisering zoals seksueel misbruik, fysiek geweld, scheiding van ouder en kind en verwaarlozing, kunnen bijdragen aan het ontstaan van zelfbeschadigend gedrag. Naarmate de traumatisering ernstiger is en het trauma op jongere leeftijd begon, nemen psychiatrische klachten (zoals dissociatieve symptomen, herbelevingen) toe, evenals het zelfbeschadigend gedrag. Van alle vroege traumatiseringen is seksueel misbruik het sterkst gerelateerd aan alle vormen van zelfbeschadigend gedrag. Ook andere trauma's kunnen aanleiding geven tot zelfbeschadigend gedrag. Men kan dan denken aan (langdurig) pesten op school maar ook oorlogstrauma's.

Cultureel
Zelfbeschadigend gedrag is een cultureel bepaald fenomeen. Zo blijkt zelfbeschadigend gedrag ingebed te zijn in de ervaringen van de mens met geneeswijzen, religie en sociale relaties. In de Westerse cultuur is het een pathologisch fenomeen, maar in niet-westerse culturen kan het een uitdrukking zijn van hogere morele waarden. Zelfkastijding in de islamitische cultuur is daar een voorbeeld van. In de Afrikaanse cultuur is het kerven van het lichaam een manier om de familie of stam te identificeren.

Barstow (1995) maakt op grond van de culturele kenmerken van zelfbeschadiging een
onderverdeling, te weten:

  • Conventioneel zelfbeschadigend gedrag
  • Variant zelfbeschadigend gedrag
  • Deviant zelfverwondend gedrag

Conventioneel
Conventioneel is geaccepteerd of wenselijk zelfbeschadigend gedrag, bijvoorbeeld een gaatje in het oor of de wenkbrauwen epileren.

Variant
Variant zelfbeschadigend gedrag leidt volgens tot een stigma: piercing, het hoofd kaalscheren, zichzelf snijden en branden.

Deviant
Deviant zelfbeschadigend gedrag is gedrag dat niet is toegestaan in de cultuur en resulteert in sociale of rechtelijke sancties zoals een gedwongen psychiatrische opname. Voorbeelden zijn het amputeren van een lichaamsdeel of het uitsteken van de ogen.

Sociaal
De sociale omgeving beïnvloedt het ontstaan, het beloop en de verspreiding van zelfbeschadigend gedrag. Zelfbeschadigend gedrag kan aanstekelijk werken voor anderen en epidemische vormen aannemen, met name in repressieve settingen zoals een gevangenis of andere beveiligde settingen zoals een gesloten afdeling in een psychiatrisch ziekenhuis. Er is een relatie tussen het leefklimaat en de neiging tot zelfbeschadiging. Het gedrag kan toenemen door machtsmisbruik en door te veel begrip en nabijheid in de omgang met cliënten. Ook het behandelklimaat speelt vanuit sociaal perspectief bezien een rol. Zelfbeschadigend gedrag gedijt in een omgeving die gericht is op het bieden van bescherming, het overnemen van zorg en controle, het beperken van de autonomie, eigen verantwoordelijkheid en vrijheid.

Door negatieve ervaringen met hulpverlening neemt de boosheid toe (gedragsmatig belonen en straffen, een behandelcontract met negatieve consequenties bij zelfbeschadigend gedrag, met ontslag sturen vanwege zelfbeschadigend gedrag, separeren, gedwongen voeding en gedwongen medicatie). In reactie daarop worden nog meer beschermende en restrictieve maatregelen genomen en zelfbeschadigend gedrag is dan nog de enige manier die de cliënt ziet om zich te uiten. Zo ontstaat er een vicieuze cirkel.

Biologisch
Onderzoek naar de rol van biologische factoren bij zelfbeschadigend gedrag is in een beginstadium. Er worden verschillende aangenomen stellingen geformuleerd, te weten:

  • Een afwijking van het serotonerge systeem kan meespelen bij impulsieve, op de persoon zelf gerichte agressie
  • Vermindering van de beleving van pijn kan samenhangen met veranderingen in het endogene opiaatsysteem. Dit wordt vooral gezien bij chronische stress. Het is mogelijk dat bij zelfbeschadiging lichaamseigen pijnstillers vrijkomen die een aangename roes veroorzaken of tenminste negatieve gevoelens doen verminderen. Zo kan ook 'verslaving aan zelfbeschadiging' ontstaan
  • Problemen in het reguleren van het arousal

Een afwijking van het serotonerge systeem
Er zijn aanwijzingen gevonden, dat bepaalde genen met name het gen dat tryptophan hydroxylase (een enzym dat betrokken is bij de stofwisseling van serotonine) codeert, bij cliënten die neigen tot zelfbeschadiging vaker afwijkend zijn dan bij een controlegroep. Deze cliënten lijken dus een aangeboren gevoeligheid te hebben voor dit gedrag, een gevoeligheid die niet terug te voeren is op andere trekken zoals impulsiviteit of depressiviteit.

Verder zijn er aanwijzingen dat trauma en posttraumatische stress leiden tot een verstoring in het centrale serotoninesysteem wat mogelijk weer kan bijdragen aan een verhoogde gevoeligheid voor de neiging tot zelfbeschadiging in reactie op stress. Trauma leidt tot veranderingen in de hersenen die op hun beurt weer maken dat iemand in stressvolle omstandigheden minder in staat is tot mentaliseren en eerder zal neigen tot impulsieve niet doordachte motorische acties.

Onder stress valt het gedrag en functioneren terug op primitieve subcorticale emotionele en sensorimotorische systemen (bijvoorbeeld fight, flight of freeze reactie). Zelfbeschadiging kan gezien worden als een andere vorm van dit primitief reageren op sensorimotorisch niveau. Ook dieren vertonen soms dit gedrag bij stress.

Veranderingen in het endogene opiaatsysteem
Sommige cliënten die zichzelf beschadigen hebben een voorgeschiedenis van langdurige traumatisering. Daardoor treden er veranderingen op in het niveau van de zogeheten endogene opiaten. Die endogene opiaten, ook wel lichaamseigen pijnstillers genoemd, zijn stoffen die een krachtige verdovende werking hebben vergelijkbaar met opium en aanverwante chemische middelen. Wanneer deze lichaamseigen pijnstillers in grote hoeveelheden geproduceerd worden is het lichaam minder gevoelig voor pijn en onlustgevoelens. In rusttoestand, voor zover dat bij cliënten met een dissociatieve stoornis, posttraumatische stress-stoornis (PTSS), complexe posttraumatische stress-stoornis (CPTSS) en bij sommige cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) mogelijk is, zijn bij chronische stress de lichaamseigen pijnstillers in verminderde mate aanwezig. Dit hangt nauw samen met de vaak aanwezige gevoelens van depressie en angst bij deze cliëntengroepen.

Bij hevige stress echter worden de lichaamseigen pijnstillers juist in verhoogde mate geproduceerd, waardoor er bijvoorbeeld veel minder pijn wordt ervaren dan normaal het geval zou zijn. Bij mensen zonder chronische stress wordt het niveau van deze lichaamseigen pijnstillers ook wel verhoogd maar in minder extreme mate. Het werkingsmechanisme van de aanmaak van lichaamseigen pijnstillers wordt steeds beter begrepen en het vermoeden is ontstaan dat dit verschijnsel een van de redenen is voor herbelevingen of het steeds opnieuw opzoeken van stressvolle situaties. Enkele voorbeelden van het opzoeken van stressvolle situaties, zijn: het aanknopen van riskante seksuele relaties, roekeloos rijden maar ook zelfbeschadiging. Op deze wijze het niveau van lichaamseigen pijnstillers hoog houden vermindert pijn en dempt eveneens gevoelens zoals angst en depressie. Het probleem is echter dat na afloop het niveau van deze stoffen weer sterk daalt. Dit vormt dan weer de aanleiding voor herhaling van het stressvolle gedrag. Er wordt zelfs gesproken van een verslavend effect.

Problemen in het reguleren van het arousal
Arousal is lichamelijke opwinding of activering wat onder andere gepaard gaat met versnelde hartslag en ademhaling, verhoogde bloeddruk en spierspanning. Men spreekt dan van een 'verhoogde arousal' of ‘hyper-arousal’. Er bestaat ook een ‘verlaagde arousal’ of 'hypo-arousal'. Een hypo-arousal gaat gepaard met langzame hartslag en oppervlakkige langzame ademhaling, verminderde doorbloeding, ondertemperatuur enzovoort. Zowel hyper-arousal als hypo-arousal wordt gezien bij traumagerelateerde stoornissen. In ‘Sensorimotor therapy’ een lichaamsgerichte therapie voor traumagerelateerde klachten ontwikkeld door Pat Ogden wordt hier veel aandacht aan gegeven. Dit is van belang in relatie tot zelfbeschadiging omdat cliënten zelfbeschadiging zowel kunnen gebruiken tegen hypo-arousal (dat gepaard gaat met te weinig voelen) als tegen hyper-arousal (dat gepaard gaat met te veel voelen). Vaak schieten cliënten heen en weer tussen hyper- en hypo-arousal en heben moeite in het midden te blijven. Zelfbeschadiging of ander ongewenst gedrag kan worden voorkomen als de cliënt in staat is haar arousal zo te reguleren dat die in het zogenoemde “window of tolerance” blijft (middengebied tussen hyper- en hypo-arousal).

Psychologisch
Binnen de psychologie zijn er diverse stromingen die zelfbeschadigend gedrag trachten te verklaren. Vanuit een gedragstherapeutisch gezichtspunt is zelfbeschadiging een reactie op negatieve en positieve bekrachtiging. Het zelfbeschadigend gedrag kan het effect hebben dat anderen op een bepaalde manier reageren. Vanuit gedragstherapeutisch perspectief gezien is zelfbeschadigend gedrag niet een actie om iets gedaan te krijgen van anderen, maar een bepaalde manier van reageren bekrachtigt soms het zelfbeschadigend gedrag waardoor het gedrag in stand blijft.

Reacties als afkeuring, kritiek, irritatie of afwijzing kunnen negatieve bekrachtigers zijn doordat ze gevoelens van boosheid oproepen of het negatieve zelfbeeld van de cliënt versterken. Daardoor voelt deze zich nog waardelozer en de neiging tot zelfbeschadiging neemt toe. Positieve bekrachtigers zijn bijvoorbeeld empathische reacties, extra aandacht of een speciale positie geven in de groep. Herhaaldelijk zelfbeschadigend gedrag is vanuit een gedragstherapeutisch perspectief dus een reactie van de cliënt op bekrachtiging door anderen.

Vanuit een interactioneel of communicatief gezichtspunt is een actie van de cliënt een manier om anderen iets duidelijk te maken of van anderen iets gedaan te krijgen. Het is met andere woorden een manier van communiceren over behoeften of over gevoelens zoals boosheid, wraak of frustratie. Zelfbeschadiging kan ook gezien worden als een intermediaire taal tussen twee verschillende talen of realiteiten, namelijk die van de cliënt en die van de ander. Deze taal heeft de cliënt ontwikkeld om te kunnen omgaan met de verwarring die in de communicatie met de ander ervaren wordt. Zelfbeschadiging is naast een taal voor het onuitspreekbare volgens haar tevens een manier van overleven.

Omdat zelfbeschadigend gedrag zo’n invloed heeft op anderen, wordt het nogal eens gezien als een poging om zorg en aandacht af te dwingen, als ‘emotionele chantage’. Zelfbeschadigend gedrag kan echter ook gezien worden als een schreeuw om hulp. Er is kritiek op de visie dat zelfbeschadiging een actie van de cliënt is om bij anderen een reactie uit te lokken. NB Zelfbeschadiging heeft verschillende functies, maar (veel) hulpverleners vatten dit gedrag bij cliënten met een borderline persoonlijkheidsstoornis op als een manier om van anderen iets gedaan te krijgen. Veel cliënten hebben niet geleerd om op een andere manier op hun eigen emoties te reageren dan met zelfbeschadiging. In weer een andere visie kan zelfbeschadiging ook een copingstrategie zijn.

Het zelfbeschadigend gedrag vanuit een communicatief gezichtspunt benoemen als ‘aandacht zoeken’ roept ook weerstand op bij sommige cliënten. Zelfbeschadiging gaat over het individu en niet over het effect op anderen. De enige aandacht die sommige cliënten vragen is verzorging van de wonden. Als aandacht vragen betekent dat de cliënt vraagt dat er naar haar geluisterd wordt en dat ze serieus genomen wordt, dan is iedereen op zoek naar aandacht.

Het is belangrijk dat verpleegkundigen, ook al werken ze vanuit het hier en nu, zelfbeschadigend gedrag trachten te begrijpen vanuit een psychodynamisch perspectief. Dit perspectief stelt de verpleegkundige in staat om verbanden te leggen tussen de ervaringen van cliënten uit het verleden en de manier waarop cliënten omgaan met situaties in het heden. Vanuit een psychodynamisch gezichtspunt is zelfbeschadiging een afweer- of coping mechanisme, een poging tot zelfhulp, een uiting van een verstoorde zelfbeleving, een emotionele uitlaatklep, een manifestatie van extreem lijden of een overlevingsstrategie. Naast destructief kan zelfbeschadigend gedrag dus ook constructief van aard zijn. In dit verband spreekt men liever over zelfbescherming dan over zelfbeschadiging.

Dissociatie en zelfbeschadiging
Dissociëren is het ontsnappen van bepaalde denkbeelden en functies (van bewustzijn, geheugen, identiteit of waarneming) aan de controle en vaak ook aan het alledaagse bewustzijn. Dissociëren is een manier om mentaal aan het misbruik te ontsnappen. Door dissociatie worden angst en andere overweldigende gevoelens begrensd en gevoelens en herinneringen aan de traumatische gebeurtenissen afgesloten. Het is een copingmechanisme en een overlevingstrategie. Naast het feit dat dissociëren bescherming biedt, resulteert het in een subjectief idee van gevoelloosheid, vervreemding van anderen en interne desintegratie. Door veelvuldig dissociëren ervaren cliënten zichzelf en belangrijke anderen als gefragmenteerde en niet werkelijk bestaande figuren. Dissociëren belemmert het verwerven van vaardigheden om gevoelens onder woorden te brengen. Pijnlijke gevoelens in interpersoonlijke relaties, boosheid en emotionele behoeften kunnen leiden tot dissociatieve perioden en een toe name van zelfbeschadigend gedrag.

Zelfbeschadiging is een manier om de dissociatie op te heffen, om met andere woorden het zelf en het lichaam weer te herenigen en het gevoel vervreemd te zijn van de omgeving en andere personen, op te heffen. Er wordt aangenomen dat de tijd die het duurt voordat de cliënt met anderen kan praten over haar zelfbeschadigend gedrag, iets zegt over de ernst van de fragmentatie die de cliënt ervaren heeft. Uit de ervaring van hulpverleners en cliënten blijkt dat zelfbeschadiging niet alleen de functie heeft om dissociatie op te heffen, maar ook bedoeld kan zijn om dissociatie op te roepen. Dissociëren stopt het denkproces of bevrijdt de cliënt van herbelevingen over het misbruik, mishandeling of verwaarlozing. De leegheid komt in dit geval na het snijden of branden in plaats van ervoor. Gegeven het feit dat de cliënt door zelfbeschadiging zowel dissociatie kan oproepen als opheffen, zou men zelfbeschadiging kunnen beschouwen als een manier om het bewustzijn en de waarneming te veranderen.

Top

 

"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."

Brigitte Bardot

"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."

George Lucas

"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."

John Barrymore