Nazorg
Inleiding
Wanneer je jezelf beschadigd hebt zijn de verwondingen soms van
dusdanige aard dat je een operatie moet ondergaan, in een algemeen
ziekenhuis of in een brandwondencentrum. En dat je samen met je
behandelend arts, de (plastisch) chirurg, tot de conclusie komt
dat je na die opname extra medische zorg nodig hebt of andere vormen
van hulp, doordat je tengevolge van je verwondingen (tijdelijk)
gehandicapt bent geworden.
Die extra zorg kan bestaan uit:
- Wijkverpleging
-
Huishoudelijke hulp
-
(Kortdurende) opname in een verzorgingshuis, verpleeghuis of revalidatie-instituut
Hoe
wordt deze hulp georganiseerd?
Bij een opname in een algemeen ziekenhuis of brandwondencentrum
regelt de zogeheten transferverpleegkundige de nazorg, of de afdelingsverpleegkundige
doet het (niet elk ziekenhuis heeft namelijk een transferverpleegkundige
in dienst). Omdat zelfbeschadiging een complexe problematiek vormt,
is het inschakelen van een transferverpleegkundige aan te bevelen
aangezien deze eventueel ook nog andere vormen van hulp kan regelen.
Een
transferverpleegkundige is iemand die zich heeft gespecialiseerd
in de nazorg van patiënten die uit het ziekenhuis worden ontslagen.
Zij vormt de schakel tussen het ziekenhuis en thuis. Daarnaast behandelt
zij de overdracht naar de wijkverpleegkundige. In sommige ziekenhuizen
en brandwondencentra wordt de transferverpleegkundige ook wel ‘liaisonverpleegkundige’
genoemd of ‘nazorgverpleegkundige’.
De
transferverpleegkundige werkt nauw samen met het Centrum Indicatiestelling
Zorg (CIZ). Het CIZ is verantwoordelijk voor het afgeven van de
zogenaamde indicatie, dat is het vaststellen van de aangewezen hulpsoort
voor je aandoening. De transferverpleegkundige kan ook door het
CIZ gemandateerd worden om een indicatie af te geven. Dit indicatiebesluit
is belangrijk, omdat je zonder een indicatiebesluit geen zorg kunt
ontvangen op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ).
Nazorg
brandwondencentra
De standaard nazorg in brandwondencentra, dus los van het ‘extra’
van hierboven, begint al bij de opname. Wanneer je brandwonden hebt
ten gevolge van een psychiatrische aandoening, wordt er meteen in
het brandwondencentrum gekeken of je al bekend bent in de geestelijke
gezondheidszorg (GGZ) en of je een eigen psychiater hebt. Je eigen
psychiater wordt nauw betrokken bij de behandeling. Heb je nog geen
eigen psychiater dan wordt er een van het brandwondencentrum zelf
ingeschakeld, die ook het psychiatrische natraject regelt wanneer
je weer naar huis gaat, dus dat je in zorg komt in de GGZ. Dit kan
zijn in de vorm van ambulante hulpverlening of van een psychiatrische
opname na je verblijf in het brandwondencentrum. Kortom, de brandwondencentrum
regelt de psychologische overdracht. Daarnaast kan er ook ondersteuning
worden geboden op psychosociale vlak. Dit laatste verschilt per
brandwondencentrum.
Naast
het psychiatrisch deel wordt uiteraard ook het medische deel van
de nazorg georganiseerd. Ook dit verschilt per brandwondencentrum.
Doorgaans vindt de wondverzorging in het centrum zelf plaatst. Afhankelijk
van de wond(en) kan de wondverzorging ook gedaan worden door een
wijkverpleegkundige in de eigen leefomgeving.
Ontslaggesprek
Aan het eind van je opname houdt de transferverpleegkundige een
gesprek met je en bekijkt ze hoeveel uren je nodig hebt voor bijvoorbeeld
het uitspoelen van de wond, het verbinden, (hulp bij) douchen en
andere medisch-technische handelingen. Daarnaast overlegt de transferverpleegkundige
ook met jou of en hoeveel uren huishoudelijke hulp je nodig hebt,
omdat je (tijdelijk) gehandicapt bent geraakt. Vaak informeert men
wel eerst of familieleden of andere mantelzorgers dit huishoudelijke
werk voor je kunnen doen, voordat je hulp kunt krijgen van de thuiszorg.
NB. Huishoudelijke zorg wordt niet altijd door de thuiszorg geleverd.
Dit hangt af van de afspraken die een gemeente heeft gemaakt met
wélke zorgaanbieders. Dit kan dus de thuiszorg zijn, maar
dit is niet altijd het geval.
Een
belangrijk gegeven is, dat bij patiënten met een psychiatrische
achtergrond en helemaal bij degenen met een verleden hebben van
kindermishandeling, de relatie met familieleden soms dusdanig verstoord
is dat mantelzorg vragen van eigen familieleden geen mogelijkheid
vormt. Daarnaast leiden patiënten met een psychiatrische achtergrond
soms een geïsoleerd leven, en kunnen ze dus geen mantelzorg
vragen aan bijvoorbeeld buren of vrienden.
Het
Centrum Indicatie Zorg en de Wet maatschappelijke ondersteuning
Het CIZ geeft een indicatie voor zorg die vanuit de AWBZ wordt gefinancierd.
In een indicatiebesluit staat opgenomen waarop je recht hebt (hoeveelheid
zorg en de soort zorg), hoeveel zorg en hoe lang. Het regionale
Zorgkantoor regelt vervolgens dat je die zorg krijgt.
Bij
het CIZ kun je terecht voor vijf indicaties:
- Verpleging;
-
Persoonlijke verzorging;
-
Hulp bij (langdurige) ziekte;
-
Bij handicap;
-
Bij ouderdom.
Hulp
bij het huishouden en voorzieningen als een rolstoel of een woningaanpassing
vraag je echter elders aan, nl. bij de Gemeente. Dat gaat via de
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het CIZ indiceert niet
voor de Wmo, dat doet de Gemeente.
Kosten
De zorg die door de thuiszorg geleverd wordt of de instelling waar
je tijdelijk naar toe gaat valt onder de AWBZ. Wel betaal je een
eigen bijdrage. De hoogte daarvan is afhankelijk van je inkomen
en van je persoonlijke leefsituatie.
Top
|