Zelfbeschadiging door de eeuwen
Zelfbeschadiging
is zo oud als de weg naar Rome en is niet iets nieuws uit de moderne
tijd. Om hier een indruk van te krijgen, volgt hieronder een overzicht
hoe zelfbeschadiging zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld.
496-406
V.C. (Voor Christus): In
het toneelstuk van Sophocles vermoordt Oedipus onwetend zijn vader
en trouwt met zijn moeder. Nadat zij zelfmoord heeft geleegd, pakt
Oedipus haar broche en steekt hiermee zijn ogen uit.
460-370
V.C.: Hippocrates' theorie van de vier lichaamsvochten
beweerde dat men zijn "evenwicht kan hervinden door aderlatingen,
en zich kon zuiveren door braken, laxeermiddelen of andere drankjes
die het lichaam zouden zuiveren."
200
V.C.-200 N.C. (Na Christus): In India ontwikkelde de Hindoemythologie
zich. In één mythe zag Soordas de Heer Krishna. Om
het wondermooie beeld te bewaren, verwijderde hij zijn beide ogen.
Soordas is dus letterlijk een blinde volgeling.
1e
eeuw V.C.: Het verhaal van Cybele en Attis is geschreven
door de Romeins dichter Catullus. Nadat hij ontrouw was aan Cybele
hakte hij zijn lendenen af met een scherpe vuursteen. Hij werd het
voorbeeld voor priesters en andere volgelingen op het festival van
'de Dag van het Bloed' op 24 maart.
2e
eeuw-4e eeuw: Bijbelse verwijzingen. Marcus 9:47-48 Mattheus
6:22-23.
11e
eeuw: Zelfbeschadiging als expressie van het Christelijk
geloof werd beoefend door geselmonniken. Vele nonnen en gelovigen
uit de Middeleeuwen hongerden zichzelf uit als zuivering, geselden
en krasten zichzelf. Zelfs de huidige Rooms Katholieke beweging
Opus Dei doet aan zelfkastijding.
Circa 1300: In Marco Polo's reizen beschrijft hoe hij de
Kalief van Bagdad de Christenen bedreigde, door te eisen dat ze
met hun geloof een berg moesten verzetten, of anders sterven als
ze zich niet wilden bekeren tot de Islam. Een eenogige Christelijke
schoenmaker werd gered omdat hij de tekst van Mattheus in acht genomen
had. Marco Polo gaf als commentaar: "Door deze daad kan je
over de voortreffelijkheid van zijn geloof oordelen."
1846:
Het eerste onderzoeksrapport over zelfbeschadiging werd
gepubliceerd. Het beschrijft een weduwe vol schuldgevoel die haar
beide ogen had verwijderd.
1886:
Een Afrikaanse bosjesmannenfamilie werd tentoongesteld
in Berlijn. Vier van de zes familieleden hadden één
of meer vingers die geamputeerd waren. Virchow heeft tekeningen
gemaakt van hun handen en noteerde dat "bij elke ziekte van
welke aard dan ook, het gebruikelijk is dat ze stukken van hun vinger
amputeerden, te beginnen bij de pink aan de linkerhand." Vingeramputaties
zijn ook gekoppeld aan rouw bij Afrikaanse stammen. De grootte van
de amputatie (hoeveel van de vinger er werd verwijderd) zou de betrokkenheid
van de geamputeerde met de overledene aangeven.
1888:
De schilder Vincent van Gogh, die boos was op zijn huisgenoot,
sneed zijn oorlel af en verzond deze naar een prostituee genaamd
Rachel. Men beweert dat zijn daad verband houdt met haar naam, het
roept gedachten op aan de bijbelse figuur die "treurt om haar
kinderen." Waarschijnlijk wilde van Gogh dat ze treurde om
hem en dat ze van hem zou houden.
1920:
In Freud's theorie van de doodsdrift onttrekt de persoon
zich aan menselijk contact en trekt hij zichzelf terug in een narcistische
positie. In stilte leidt hij zichzelf naar de dood. Freud benadrukt
dat het alleen door de activiteit van de levensdrift uiterlijk wordt
afgebeeld als destructieve impulsen op objecten in de buitenwereld.
1938:
Karl Menninger suggereerde dat zelfbeschadiging een poging
zou kunnen zijn om zichzelf te genezen. Hij schreef: "Lokale
zelfdestructie is een vorm van gedeeltelijke zelfmoord om volledige
zelfmoord te voorkomen." Menninger heeft dit gedrag in vier
categorieën ingedeeld: neurotisch, psychotisch en religieus.
1960:
Eeuwen lang werd traditionele insnijding onder de Bangwastam
in Afrika uitgevoerd om schoonheid te verhogen en de sociale status
aan te geven. Het had ook medische doeleinden. Een ster gesneden
in de huid boven de lever zou hepatitis voorkomen, en insnijdingen
over het hele lichaam zou iemand bevrijden van geesten. Aan deze
traditie werd een einde gemaakt in 1960.
1983:
De interesse van de moderne psychiatrie voor zelfbeschadiging
werd gekenmerkt door een verhandeling van Pattison en Kahan in 1983.
Op basis van 56 gepubliceerde rapporten deelden Pattison en Kahan
zelfbeschadiging in op basis van dodelijkheid, methode en herhaling.
Ze stelden een kaart op waarmee alle zelfbeschadigingsgedragingen
ingedeeld konden worden.
1990:
Een wereldwijd geaccepteerde indeling van zelfbeschadiging
werd opgesteld door Favazza en Rosenthal, voorgesteld in het boek
"Bodies Under Siege" (1996).
2000:
Groep
meiden beter bekend als Girls Xpress, spreken op conventies om het
onderwerp meer bekend te maken en de vele taboes te verbreken.
|