Diagnostiek
Bij
mijn weten maakt de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) op dit moment
nog geen gebruik van de bestaande diagnostische instrumenten die
de zelfbeschadiging in al zijn facetten in kaart kan brengen. Over
het algemeen wordt zelfbeschadiging vaak in de context van de borderline
persoonlijkheidsstoornis (BPS) geplaatst. Dit komt omdat de DSM
(Diagnostic and Statistical of Mental Disorders of wel Diagnostische
handleiding voor psychiatrische stoornissen), zelfbeschadiging als
een apart kenmerk bij BPS vermeld en bij andere psychiatrische stoornissen
waarbij zelfbeschadiging ook voorkomt deze vermelding achterwege
laat. De GGZ laat zich op dit moment te veel leiden door het DSM,
gebruikt het DSM als (enige) referentiekader en laat na om de zelfbeschadiging
op een wetenschappelijke manier te benaderen. Zelfbeschadiging komt
ook voor bij:
Diagnosen
(DSM):
- Overige
B-Cluster persoonlijkheidsstoornissen, zoals: antisociale, theatrale
en narcistische persoonlijkheidsstoornis
- Schizofrenie
- Seksuele
stoornissen, doorgaans de genderidentiteitsstoornis en de genderidentiteitsstoornis
Niet Anderszins Omschreven
- Posttraumatische
stress-stoornis (PTSS)
- Dissociatieve
stoornissen, doorgaans de dissociatieve amnesie, de dissociatieve
identiteitsstoornis (DIS) en de dissociatieve stoornis Niet Anderszins
Omschreven (DSNAO)
- Stemmingsstoornissen,
doorgaans depressie, dysthymie en de bipolaire stoornis
- Somatoforme
stoornissen, doorgaans de somatisatiestoornis
- Eetstoornissen
met name anorexia nervosa, boulimia nervosa (vooral) en de Binge-eating
disorder
- Verslaving
- Pervasieve
ontwikkelingsstoornissen (autismespectrumstoornis)
- Attention-Deficit/Hyperactivity
Disorder (ADHD)
- Obsessieve-compulsieve
spectrumstoornissen (OCS)
- Stoornis
in de impulsbeheersing Niet Anderszins Omschreven
Diagnosen
(niet-DSM):
- Complexe
posttraumatische stress-stoornis (CPTSS)
- Repetitive
Self-Harm Syndrome
- Trauma
Reenactment Syndrome (TRS)
De
eenzijdige vermelding van zelfbeschadiging in het DSM bij BPS kan
aanleiding geven tot diagnosevervuiling. Het DSM is een classificatie
systeem en geen diagnostisch instrument. Het clustert alleen de
symptomen of kenmerken van psychiatrische stoornissen maar meet
niet de intensiteit van een bepaald symptoom of kenmerk. Kortom
het DSM is een ‘platte’ vorm van diagnostiek.
Beginnende
GGZ hulpverleners en GGZ hulpverleners die ‘uitgeleerd’
zijn kunnen oneigenlijk gebruik maken van het DSM en willekeurig
bepalen dat zelfbeschadiging een kenmerk is dat altijd samengaat
met BPS terwijl de praktijk laat zien dat het voorkomen van zelfbeschadiging
veel genuanceerder ligt.
Daarom
is het van belang om gebruik te maken van de bestaande diagnostische
instrumenten voor een afgestemde behandeling van zelfbeschadiging
en een op maat gemaakte behandelingsplan.
Om
dezelfde redenen is het van belang dat het symptoom of kenmerk zelfbeschadiging
op een consequente manier als een mogelijk voorkomend verschijnsel
bij de andere psychiatrische stoornissen in het DSM wordt vermeld.
Ik pleit er ook voor dat zelfbeschadiging in de volgende DSM een
zelfstandige diagnose wordt.
De
diagnostische instrumenten die al geruime tijd bestaan, zijn:
Toepasbaar
voor de GGZ:
-
Het Maastrichtse Interview bij zelfverwonding
Toepasbaar
voor zowel de GGZ als voor instellingen voor de verstandelijk gehandicaptenzorg:
-
Motivation Assessment Scale (MAS)
-
Vragenlijst Functie Probleemgedrag
-
Self-injury Traumata (SIT) Scale
|
|
"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."
Brigitte Bardot
"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."
George Lucas
"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."
John Barrymore
|