Zelfbeschadiging.info
Een website voor cliënten, hulpverleners en belangstellenden
Home Zelfbeschadiging Medisch/EHBO/SEH Patiëntenrecht Externe bronnen Zelfbeschadiging.info

Diagnoses (niet-DSM)

Hieronder volgt een overzicht van diagnoses waar zelfbeschadiging bij voor kan komen maar (nog) niet in het DSM vermeld staan:
 
 

Diagnosen (niet-DSM) die samen gezien kunnen worden met zelfbeschadiging:

 

 

Complexe posttraumatische stress-stoornis (CPTSS)/Disorders of Extreme Stress

 

Inleiding

In tegenstelling tot de posttraumatische stress-stoornis (PTSS) die overlevenden (kunnen) ontwikkelen na een duidelijk afgebakende traumatische gebeurtenis, zoals: oorlogsgeweld, rampen en verkrachting, paste dit begrip niet voor mensen die langdurig herhaalde traumatische gebeurtenissen hadden meegemaakt. Hoewel men wel pogingen deed om mensen die chronisch psychotrauma hadden overleefd in onder andere het PTSS concept te plaatsen, voldeed dit niet geheel. Zo bleek het symptoombeeld vaak veel complexer te zijn. De huidige definitie PTSS laat zowel de veranderlijke symptomen van een langdurig herhaald trauma als de ingrijpende vervorming van de persoonlijkheid die het gevolg is van gevangenschap, achterwege.

 

Het DSM heeft geen rekening gehouden met overlevenden van extreme situaties, zodat de bestaande diagnoses niet goed op hen zijn aangepast. De aanhoudende angst, fobieën en paniektoestanden van overlevenden zijn niet hetzelfde als gewone angststoornissen. De lichamelijke symptomen van overlevenden zijn niet hetzelfde als gewone psychosomatische stoornissen. Hun depressies zijn niet hetzelfde als gewone depressies. En de aantasting van hun identiteit en hun relaties komt niet voort uit een gewone persoonlijkheidsstoornis.

 

Het ontbreken van een accuraat, overkoepelende diagnostisch concept had ernstige consequenties voor de behandeling, omdat vaak niet de relatie werd gelegd tussen de huidige symptomen en de traumatische ervaring. Een poging om de cliënt in het sjabloon van de bestaande diagnostiek in te passen, resulteerde in een gedeeltelijke inzicht in het probleem en tot een gefragmenteerde behandelingsaanpak. Het kwam, helaas nu nog, maar al te vaak voor dat chronisch getraumatiseerde mensen in stilte lijden; en als ze dan toch klagen, werden hun klachten maar half begrepen. De behandeling kreeg vooral het karakter van symptoombestrijding in plaatst van dat de grondoorzaak, het trauma, werd aangepakt. Wanneer hulpverleners op den duur genoeg krijgen van deze chronisch ongelukkige mensen van wie de toestand maar niet schijnt te verbeteren, wordt de verleiding om een diagnose met een ongunstige bijbetekenis te stellen bijzonder groot. Om de klachten van overlevenden van chronisch psychotrauma een eigen naam te geven, werd het begrip de complexe posttraumatische stress-stoornis (CPTSS) geïntroduceerd.

 

Ontstaansgeschiedenis

Hoewel de oorzaak van CPTSS duidelijk is namelijk de traumatische ervaring, gaat het hier om traumatische ervaringen die structureel van aard zijn (maanden of jaren). Voorbeelden zijn: gijzelaars, krijgsgevangenen, overlevenden van concentratiekampen en overlevenden van bepaalde religieuze sekten. Andere voorbeelden zijn mensen die onderworpen zijn geweest aan totalitaire systemen in de seksuele en huiselijke sfeer, onder wie overlevenden van mishandeling in het gezin, kindermishandeling, seksueel misbruik in de kinderjaren en georganiseerde seksuele uitbuiting.

 

Voorbeelden en kenmerken

De CPTSS is nog niet in het DSM-IV opgenomen. De verwachting is dat dit wel gaat gebeuren wanneer het DSM-V wordt uitgebracht. Wel heeft J.L. Herman, de auteur van het boek Trauma en herstel, CPTSS uitgebreid beschreven en wordt daar het volgende over gezegd.

 

1. Een voorgeschiedenis van onderwerping aan totalitaire controle gedurende een langere tijdsperiode (maanden of jaren).

 

2. Veranderingen in de emoties, waaronder:

 
  • aanhoudende sombere stemming
  • chronische bezig zijn met suïcide
  • zelfbeschadiging
  • woede-uitbarstingen of uiterst geremde boosheid (kan afwisselend voorkomen)
  • dwangmatige of uiterst geremde seksualiteit (kan afwisselend voorkomen)

3. Bewustzijnsveranderingen, waaronder:

 
  • geheugenverlies of sterke herinneringen aan traumatische gebeurtenissen
  • voorbijgaande periode van dissociatie
  • depersonalisatie/derealisatie
  • herbeleving, hetzij in de vorm van dwangmatige posttraumatische symptomen, hetzij in de vorm van steeds terugkerende zorgen daarover

4. Veranderingen in de zelfbeleving, waaronder:

 
  • een gevoel van hulpeloosheid of een verlamming van initiatief
  • schaamte, schuldgevoelens en zelfverwijt
  • het gevoel bezoedeld of gestigmatiseerd te zijn
  • het gevoel volstrekt anders te zijn dan anderen (onder meer een gevoel dat men 'bijzonder 'is, een gevoel van volslagen eenzaamheid, de overtuiging door niemand begrepen te worden en het idee dat men een niet menselijke identiteit heeft)

5. Veranderingen in de beleving van de dader, waaronder:

 
  • bezig zijn met de relatie tot de dader (waaronder wraak)
  • onrealistische toeschrijving van totale macht aan de dader (opgepast: de beoordeling van de machtsrealiteit door het slachtoffer is vaak realistischer dan die van de therapeut)
  • idealisering of paradoxale dankbaarheid
  • het gevoel dat er sprake is van een bijzondere of bovennatuurlijke relatie
  • aanvaarding van het geloofssysteem of de rationalisaties van de dader

6. Veranderingen in relaties met anderen, waaronder:

 
  • isolement en terugtrekking
  • verstoring van intieme relaties
  • herhaaldelijk zoeken naar een redder (kan afwisselend voorkomen met isolement en terugtrekking)
  • aanhoudend wantrouwen
  • herhaaldelijk falen van de zelfbescherming

7. Veranderingen in het zingevingssysteem:

 
  • verlies van vertrouwen
  • een gevoel van hopeloosheid en wanhoop

Diagnose

Het vaststellen van de CPTSS gebeurd door het gebruik van het volgende meetinstrument, te weten:

 

  • Structured Interview Disorders of Extreme Stress (SIDES)

Behandeling

De behandeling van CPTSS bestaat uit drie fasen:
 
  1. Creëren van veiligheid;
  2. Herinnering en rouw;
  3. Herstel van verbondenheid.
Creëren van veiligheid
De eerste taak bij het herstel is te zorgen voor de veiligheid van de overlevende. Deze taak krijgt absolute voorrang, want de andere therapeutische werkzaamheden kunnen onmogelijk succes hebben als de veiligheid van de cliënt niet voldoende gewaarborgd is. Er dient zelfs geen poging te worden gedaan om andere therapeutische werkzaamheden te verrichten zolang er nog geen redelijke mate van veiligheid tot stand is gebracht. Deze beginfase kan bij acuut getraumatiseerde mensen enkele dagen tot enkele weken in beslag nemen en bij overlevenden van chronische mishandeling enkele maanden tot enkele jaren. Naarmate de mishandeling ernstiger is geweest, langer heeft geduurd of op een vroeger tijdstip is begonnen, neemt de complexiteit van de therapie tijdens de eerste herstelfase toe.
 
Overlevenden voelen zich onveilig in hun lichaam. Hun emoties en gedachten lijken niet beheerst te kunnen worden. Ze voelen zich ook onveilig in hun relatie tot anderen. Bij de therapie moet rekening worden gehouden met het feit dat de cliënt op al deze gebieden behoefte heeft aan veiligheid. De orgaanneurose die met een posttraumatische stress-stoornis gepaard gaat, kan worden bestreden met behulp van fysieke strategieën. Hiertoe behoren het gebruik van medicijnen om reactiviteit en hyperactivering te verminderen en de toepassing van gedragstechnieken, zoals ontspanningsoefeningen en veeleisende lichaamsoefeningen om de stress in bedwang te houden. De verwarring die een kenmerk van de stoornis is, kan worden bestreden met behulp van cognitieve en gedragsstrategieën. Hiertoe behoren het erkennen en benoemen van de symptomen, het bijhouden van een dagboek waarin de symptomen en de aanpassingsreacties worden genoteerd, het vaststellen van haalbare ‘huiswerktaken’ en het uitwerken van een concreet veiligheidsplan. De ontwrichting van relaties als gevolg van de stoornis moet worden bestreden met behulp van interpersoonlijke strategieën. Hiertoe behoort de geleidelijke ontwikkeling van een vertrouwensrelatie gedurende de behandeling. Tot slot moet de maatschappelijke vervreemding waartoe de stoornis aanleiding geeft worden bestreden met behulp van sociale strategieën. Hiertoe behoren het inschakelen van mensen die de overlevende steunen, zoals gezin, partner of vrienden, het introduceren van de overlevende bij vrijwillige organisaties voor zelfhulp, en dikwijls, als laatste toevlucht, het doen van een beroep op de officiële organen van de geestelijke gezondheidszorg, de maatschappelijke hulpverlening en justitie.
 
Het verschaffen van veiligheid is in eerste instantie gericht op de lichaamscontrole en wordt vervolgens geleidelijk uitgebreid tot controle over de omgeving. De fysieke aspecten omvatten aandacht voor de basisvoorwaarden van een goede gezondheid, de regulering van lichamelijke functies als slapen, eten en lichaamsbeweging, de beheersing van posttraumatische symptomen en het in bedwang houden van de zelfvernietiging.
 
De omgevingsfactoren hebben betrekking op het creëren van een veilige leefsituatie, financiële zekerheid, mobiliteit en het uitwerken van een plan voor zelfbescherming dat alle aspecten van het dagelijkse leven van de cliënt omvat.
 
Herinnering en rouw
De reconstructie van het traumatische verhaal begint met een overzicht van het leven van de cliënt voorafgaand aan het trauma en van de omstandigheden die tot het gebeurde hebben geleid. Het is belangrijk om inzicht in de voorgeschiedenis van de cliënt te krijgen ten einde het leven van de cliënt ‘weer tot een geheel te maken’ en het gevoel van continuïteit tussen heden en verleden te herstellen. De cliënt moet worden aangemoedigd om te praten over belangrijkste relaties, idealen en dromen en de problemen en conflicten die aan de traumatische gebeurtenis vooraf zijn gegaan. Dit schept een context waarbinnen de specifieke betekenis van het trauma kan worden begrepen.
 
De volgende stap is het reconstrueren van de traumatische gebeurtenis als een opsomming van feiten. Uit de losse fragmenten van verstarde beelden en gewaarwordingen stellen de cliënt en de therapeut gaandeweg een geordend, gedetailleerd, verbaal verslag samen dat is gesitueerd in de tijd en ingebed in een historische context. Het verhaal omvat niet alleen de gebeurtenis zelf, maar ook de reactie van de overlevende en die van belangrijke mensen in het leven van de persoon. Naarmate het verhaal zich toespitst op de meest ondraaglijke momenten, wordt het voor de cliënt steeds moeilijker zich in woorden uit te drukken. Soms schakelt de cliënt spontaan over op non-verbale communicatiemiddelen, zoals tekenen of schilderen.
 
Trauma’s gaan onvermijdelijk met verlies gepaard. Degenen die fysiek letsel oplopen, verliezen daarnaast ook hun gevoel van lichamelijke integriteit. En degenen die iemand verliezen die in hun leven een belangrijke rol speelde, staan ineens voor een leegte in hun relatie met vrienden, familie of de gemeenschap. Traumatische verliezen brengen een breuk teweeg in de normale opeenvolging van generaties en onttrekken zich aan de normale sociale conventies van het rouwproces. De overlevende wordt dus onvermijdelijk overstelpt door intens verdriet tijdens het vertellen van het traumatische verhaal. Omdat de verliezen zo dikwijls onzichtbaar zijn of niet worden erkend, bieden de gebruikelijke rouwrituelen weinig troost. Een begin maken met het rouwproces is de meest noodzakelijke en tegelijk de meest gevreesde taak in deze fase van het herstel. Cliënten zijn dikwijls bang dat het een onmogelijke opgave is, dat hun verdriet nooit meer ophoudt als ze er eenmaal aan toegeven.
 
Herstel van verbondenheid
Nadat de overlevende heeft geleerd het traumatische verleden te accepteren, staan ze voor de taak om een toekomst te creëren. Er is gerouwd om het oude zelf dat door het trauma vernietigd is; nu moet er zich een nieuw zelf ontwikkelen. De relaties zijn door het trauma op de proef gesteld en voor altijd veranderd; nu moet er nieuwe relaties tot stand gebracht worden. De vaste waarden die vroeger zin aan het leven gaven, zijn ontoereikend gebleken; nu moet er een nieuw geloofssysteem opgebouwd worden waar op gesteund kan worden. Dat zijn de taken van de derde herstelfase. Door deze taken tot een goed einde te brengen, verovert de overlevende zich weer een plaats in de wereld.
 

Voor meer informatie

Sinaï & Centrum'45, De Schalm

 
 

Bron: Trauma en herstel. De gevolgen van geweld- van mishandeling thuis tot politiek geweld. J.L. Herman.

 

 
 
Repetitive Self-Harm Syndrome
 
 

Voorbeelden en kenmerken

  1. Preoccupatie met lichamelijke zelfbeschadiging
  2. Herhaaldelijk falen bij het weerstand bieden aan de impulsen om het lichaam te beschadigen
  3. Toenemende spanning voor de zelfbeschadiging en opluchting na de zelfbeschadiging
  4. Er is geen verband tussen het voornemen om suïcide te plegen en de zelfbeschadiging
  5. Het is geen reactie op een verstandelijke handicap, wanen of hallucinaties
 
 
 
 
 
Trauma Reenactment Syndrome (TRS)
 
 

Voorbeelden en kenmerken

  1. Het gevoel hebben in oorlog te zijn met het lichaam (Mijn lichaam, mijn vijand)
  2. Overdreven geheimhouding als lijdend principe voor het leven
  3. Niet in staat om zichzelf te beschermen (Meestal bij fragmentatie van het zelf)
  4. Relaties worden gedomineerd door controle problemen
 
 
 

"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."

Brigitte Bardot

"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."

George Lucas

"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."

John Barrymore