De huid
Inleiding
De huid is ons grootste orgaan. Het bevat zenuwen, haarvaten, talg-
en zweetklieren. De huid kan in grofweg drie lagen onderscheiden
worden:
- Opperhuid
(epidermis);
-
Lederhuid (dermis of corium);
-
Onderhuids bindweefsel (subcutis = hypodermis).
De
opperhuid
De opperhuid bestaat uit meerlagig verhoornend plaveiselepitheel.
Hoewel de totale opperhuid erg dun is, zijn er toch nog enkele laagjes
te onderscheiden. De twee belangrijkste zijn:
-
De slijmlaag;
-
De hoornlaag.
De
slijmlaag
De binnenste laag van de slijmlaag is de moederlaag (matrix of kiemlaag),
die
grenst
aan de lederhuid en hierin met kleine regelmatig gevormde uitstulpingen
(de zogenoemde papillen) binnendringt. Aangezien de opperhuid geen
bloedvaten bevat worden de cellen van de moederlaag vanuit de lederhuid
van zuurstof en voedingsstoffen voorzien. Vanuit deze moederlaag
groeit de opperhuid aan; de slijmlaag bestaat uit levende cellen.
In de cellen van de moederlaag bevindt zich een kleurstof of pigment
(melanine). Deze bepaalt samen met de kleur van de lederhuid en
de mate van bloeddoorstroming, de uiteindelijke kleur van de huid.
De
hoornlaag
De buitenste laag van de opperhuid wordt gevormd door de hoornlaag
die uit platte, dode cellen bestaat met hoornstof (keratine). In
de meest oppervlakkige lagen van de hoornlaag zijn de celgrenzen
niet meer te herkennen en spreekt men van hoornschilfers, die gemakkelijk
loslaten en worden afgestoten.
Wanneer
de hoornlaag zeer dik is, spreekt men van eelt; dit vindt men bijvoorbeeld
op de handpalmen en voetzolen.
De
opperhuid is aan de buitenzijde niet glad, maar geribbeld; dit huidreliëf
is op sommige plaatsen zeer goed waar te nemen en is genetisch bepaald,
dat wil zeggen karakteristiek voor een bepaald individu: vingerafdrukken.
De
huidlijsten aan de buitenzijde van de opperhuid hangen samen met
de papillen van de lederhuid die in de opperhuid binnendringen.
Zoals verder nog uiteengezet zal worden, worden de zweetklieren,
haren en talgklieren gevormd door de moederlaag van de opperhuid.
De
lederhuid
De lederhuid is opgebouwd uit bindweefsel en bestaat uit twee lagen:
- Papillairlaag;
-
De netvormige laag.
De
papillairlaag
De papillairlaag grenst aan de moederlaag van de opperhuid, waardoor
een hechte verbinding ontstaat tussen deze beide lagen. De papillen
bestaan uit losmazig bindweefsel met collagene en elastische vezels
en veel bloedvaatjes rondom.
De
netvormige laag
De netvormige laag bevat veel collagene en elastische vezels; door
de met elkaar vervlochten bundels collagene vezels krijgt de huid
zijn trekvastheid. Deze vezels verlopen volgens een bepaald patroon:
de splijtlijnen. Een chirurg snijdt in de richting van de splijtlijnen.
Hierdoor worden de vezels min of meer uit elkaar geschoven en niet
doorgesneden, zodat de wond minder gaapt.
Wanneer
de huid sterk uitgerekt wordt (bijvoorbeeld bij een zwangerschap)
ontstaan er scheurtjes in de lederhuid en in het onderhuids bindweefsel.
Deze zijn tijdens de zwangerschap als rode strepen (striae) te zien.
Na de bevalling ontwikkelt zich littekenweefsel, zodat de striae
als witte strepen zichtbaar worden.
In
de lederhuid bevinden zich verschillende structuren: bloed- en lymfevaten,
zintuigcellen en zenuwuiteinden, haarwortels met talgklieren en
gladde spiervezels, zweetklieren en cellen met een afweerfunctie.
De afvoerbuizen van de zweetklieren en de talgklieren doorboren
de opperhuid.
Het
onderhuids bindweefsel
Het onderhuids bindweefsel is losser van structuur dan de bovenliggende
huidlagen. De collagene en elastische vezels van het onderhuids
bindweefsel lopen door tot de netvormige laag van de lederhuid.
De hypodermis bevat behalve veel bloedvaten en zenuwvezels, vaak
ook veel vet. De hoeveelheid vet hangt vooral af van de voedingsgewoonten.
De
fascie
De fascie is een stevig omhullend vlies van vezelig bindweefsel
waarin het gehele lichaam verpakt is.
De
spieren en botten
De spieren en botten bevinden zich direct onder de fascie.
Functies
De algemene functies van de huid zijn:
- Bescherming
-
Warmteregulatie
-
Uitscheiding (excretie)
-
Zintuigfunctie
-
Het bepaalt ons uiterlijk
Bescherming
De beschermende functie geldt zowel voor mechanische invloeden (bijvoorbeeld
tegen stoten en het binnendringen van vuil, bacteriën en virussen)
als voor fysische invloeden (bijvoorbeeld tegen uitdroging en tegen
straling door pigmentvorming) en chemische invloeden (bijvoorbeeld
tegen schadelijke stoffen).
Warmteregulatie
Bij de regeling van de lichaamstemperatuur spelen verschillende
mechanismen een rol. Bij het afscheiden van zweet door de zweetkliertjes
wordt door het verdampen van zweet warmte onttrokken aan de huid,
waardoor het lichaam afkoelt. Ook de bloedvaten in de lederhuid
zijn betrokken bij de warmteregeling. Door de bloedstroom kan warmte
worden afgegeven aan de omgeving wanneer de temperatuur van de omgeving
lager is dan die van de huid. Deze warmte-afgifte is afhankelijk
van de bloeddoorstroming. Bij lichamelijke inspanning treedt automatisch
vaatverwijding (vasodilatatie) op waardoor de grotere warmteproductie
gevolgd wordt door een grotere warmte-afgifte via de huid. Wanneer
het koud wordt treedt vaatvernauwing (vasoconstrictie) op waardoor
de warmte-afgifte zoveel mogelijk wordt beperkt. Dit alles staat
onder invloed van het onwillekeurig zenuwstelsel. Het onderhuids
vetweefsel zorgt voor warmte-isolatie en draagt als zodanig ook
bij aan het mechanisme van de warmteregulatie.
Uitscheiding
(excretie)
Hoewel de primaire functie van de zweetklieren gelegen is in het
reguleren van de lichaamstemperatuur, zijn de zweetklieren ook te
beschouwen als uitscheidingsorganen (excretie-organen).
Zintuigfunctie
Ten slotte bevat de huid enkele soorten zintuigen, namelijk thermoreceptoren
(koude- en warmtezintuigen) en mechanoreceptoren (tast-, druk- en
pijnzintuigen).
Kortom,
de huid is niet alleen ons grootste orgaan, maar ook een heel belangrijk
orgaan.
Top
|