Zelfbeschadiging.info
Een website voor cliënten, hulpverleners en belangstellenden
Home Zelfbeschadiging Medisch/EHBO/SEH Patiëntenrecht Externe bronnen Zelfbeschadiging.info

Afkortingen & begrippen

  AA:
  Alcohol Anonymous.
   
  ABOS:
  Anorectic Behaviour Observation Scale.
   
  ACT:
  Acceptance and commitment therapy.
   
  Acting-out:
  Onder acting-out wordt verstaan een afweermechanisme waarbij iemand zonder nadenken meestal heftig, agressief en destructief handelt, zonder rekening te houden met de negatieve gevolgen.
   
  Acute pijn:
  Onder acute pijn wordt verstaan plotselinge pijn dat relatief snel over gaat. Klinisch neemt men de grens van zes maanden.
   
  Adaptief:
  'Gezonde' aanpassing.
   
  ADF:
  Angst, Dwang en Fobie stichting.
   
  ADHD:
  Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder.
   
  Affect:
  Onder affect wordt verstaan de gevoelsmatige betekenis.
   
  Affect regulatie:
  Onder affect regulatie wordt verstaan het reguleren van de gemoedsbeweging, zoals het lichaam weer in evenwicht brengen in een fase van turbulentie of overweldigende gevoelens. Hieronder valt ook het verbinden met je lichaam na een episode van dissociatie, het kalmeren van het lichaam in tijden van hoog emotionele en fysiologische hyperarousal, het valideren van innerlijke pijn met een andere expressie en het voorkomen van suïcide vanwege ondraaglijke gevoelens.
   
  Ageren:
  Onder ageren wordt verstaan het op ondoelmatige, soms zelfs destuctieve manier afreageren van spanningen, waarbij een ander (vaak de hulpverlener) degene is op wie wordt afgereageerd.
   
  AGIO:
  Assistent-geneeskundige in opleiding (tot medisch specialist).
   
  AGNIO:
  Assistent-geneeskundige niet in opleiding (tot medisch specialist).
   
  AIAR:
  The Amsterdam Institute for Addiction Research.
   
  AIO:
  Assistent in opleiding.
   
  AIT:
  Audititieve Integratie Therapie.
   
  AMC:
  Academisch Medisch Centrum.
   
  Amnesie:
  Wanneer iemand zich incidenten of ervaringen van gebeurtenissen uit een bepaalde periode niet kan herinneren, of wanneer iemand zich bepaalde belangrijke persoonlijke informatie niet kan herinneren.
   
  Anastomosen:
  Met anastomosen worden kunstmatige of natuurlijke verbindingen verstaan van bloedvaten of delen van het spijsverteringsstelsel.
   
  Anemie:
  Bloedarmoede (anemie, Grieks, bloedloos) is een toestand waarbij er sprake is van een te laag gehalte aan hemoglobine (Hb) in het bloed. Hemoglobine is het rode, zuurstoftransporterende eiwit dat zich bevindt in de rode bloedlichaampjes. Bloedarmoede is dus niet ‘te weinig’ bloed hebben zoals wel eens gedacht wordt.
   
  APA:
  American Psychiatry Association.
   
  Arousal(niveau):
  Toestand van waakzaamheid voor zintuiglijke prikkels.
   
  ASPS:
  Antisociale persoonlijkheidsstoornis.
   
  ASS:
  Acute stress-stoornis.
   
  ASTSS:
  Australasian Society for Traumatic Stress Studies.
   
  Atrofische littekens:
  Onder atrofische littekens wordt verstaan dat bij deze littekens sprake is van een zeer dun laagje littekenweefsel. De littekens kunnen verzonken zijn in de huid of een ‘sigarettenpapier’- aspect hebben. Dit soort littekens worden wel gezien als restanten van huidbeschadigingen na infecties (virus, schimmel) en na Röntgen-bestralingstherapie.
   
  Atypisch:
  Afwijkend.
   
  AWBZ:
  Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.
   
  BAI:
  Beck Angstschaal.
   
  B-Cluster persoonlijkheidsstoornissen:
  Onder een B-Cluster persoonlijkheidstoornis wordt verstaan de antisociale, de borderline, de theatrale en de narcistische persoonlijkheidsstoornis. Mensen met een B-Cluster persoonlijkheidsstoornis kampen vaak met forse moeilijkheden in de interactie met anderen. Zij hebben vaak moeite met de beheersing van hun impulsen en een uiterst instabiele identiteit. Hoewel er grote verschillen bestaan binnen dit cluster, kun je stellen dat de mensen uit dit cluster de meeste stof doen opwaaien.
   
  BDD:
  Body Dysmorphic Disorder.
   
  BDI:
  Beck Depressieschaal.
   
  BED:
  Binge Eating Disorder.
   
  BFRB:
  Body-Focused Repetitive Behaviors.
   
  BIG:
  Beroepen in de individuele gezondheidszorg.
   
  BMI:
  Body Mass Index.
   
  BNMO:
  Bond van Nederlandse Militaire Oorlogs- en Dienstslachtoffers.
   
  BPS:
  Borderlinepersoonlijkheidsstoornis.
   
  BR-MAS:
  Bech-Rafaelsen Mania Scale.
   
  BSM:
  Brain Stimulates Method.
   
  CAD:
  Consultatie bureau Alcohol en Drugs.
   
  CAPS-CA:
  Clinician-Administered PTSD for Children and Adolescents.
   
  CATS:
  Child Abuse and Trauma Questionnaire.
   
  CBCL:
  Child Behavior Checklist.
   
  CCGT:
  Centrum Cognitieve Gedragstherapie.
   
  CDC:
  Child Dissociative Checklist.
   
  CDI-S:
  Children's Depression Inventory - S.
   
  CDS:
  Cambridge Depersonalisation Scale.
   
  CGT:
  Cognitieve Gedragstherapie.
   
  Chronische pijn:
  Onder chronische pijn wordt verstaan pijn die langer dan zes maanden aanhoudt. Chronische pijn is soms moeilijk te behandelen omdat de oorzaak soms niet te vinden is of omdat de oorzaak niet weg te nemen is.
   
  Cicatrix:
  Onder cicatrix wordt verstaan het moedwillig aangebrengen van littekens die gewoon zijn bij bepaalde culturen. Het worden ook wel onderscheidingstekens genoemd of decoratietekens.
   
  CIDI:
  Composite Diagnostic Interview.
   
  CIDI:
  Composite International Diagnostic Interview.
   
  CIZ:
  Centrum Indicatiestelling Zorg.
   
  Cognitie(s):
  Onder cognitie wordt verstaan de bewuste rationele veronderstelling.
   
  Collageen:
  Eiwitbestanddeel uit bindweefselvezels en (kraak)been.
   
  COPD:
  Cronic Obstructive Pulmonary Diseases.
   
  Copingmechanisme:
  Aanpassing aan (relatief) moeilijke omstandigheden (stress), de cognitieve en gedragmatige inspanningen die een persoon verricht bij een dreigende overbelasting.
   
  Corium:
  Lederhuid.
   
  CPTSS:
  Complexe posttraumatische stress-stoornis.
   
  Crisiskaart:
  Een korte wilsverklaring die cliënten vaak in overleg met hun hulpverlener opstellen. Deze kaart bevat de belangrijkste gegevens over medicijngebruik, soort behandeling en wie te waarschuwen bij crisis. De cliënt draagt de kaart bij zich.
   
  Crisisprotocol:
  Een protocol waarin afspraken in vermeld staan wat te doen bij crisis. Een crisisprotocol is doorgaans gemaakt vanuit het perspectief van de hulpverlener dit in tegenstelling tot de crisiskaart.
   
  CRS-R:
  Connors Rating Scales-Rivised.
   
  Cutane artefacten:
  Onder cutane artefacten worden zelfgeïnduceerde dermatologische letsels onder verstaan.
   
  Débridement:
  Chirurgische reiniging van wonden, wondtoilet.
   
  Demarcatie:
  Met demarcatie wordt de afgrenzing van levend en dood weefsel mee bedoeld.
   
  Depersonalisatie:
  Een bewuste ervaring waarbij iemand het eigen lichaam als vreemd, niet vertrouwd of niet echt ervaart.
   
  Derealisatie:
  Een bewuste ervaring waarin iemand zijn vertrouwde omgeving als vreemd en onvertrouwd ervaart.
   
  Dermatitis artefacta:
  Door de betrokkene zelf uitgelokte huidletsels, die als echte huidletsels worden getoond.
   
  Dermis:
  Lederhuid.
   
  Descriptieve diagnostiek:
  Is dat aan de hand van de criteria uit de DSM-IV de diagnose wordt vastgesteld. Deze vorm van diagnostiek wordt classificeren genoemd en is vooral van belang voor een eerste screening en voor onderzoeksdoeleinden. De criteria richten zich veelal op gedragskenmerken.
   
  DES:
  Dissociative Experiences Scale.
   
  DGT:
  Dialectische Gedrags Therapie.
   
  Diagnostiek:
  De kunst om een diagnose te stellen.
   
  Diffusie:
  Met diffusie wordt vermenging onder verstaan, bijvoorbeeld opgeloste stoffen met opgelostestoffen, gassen met gassen of vloeistoffen met vloeistoffen, wanneer deze met elkaar in aanraking komen.
   
  DIS:
  Dissociatieve identiteitsstoornis.
   
  DISC:
  Diagnostic Interview Schedule for Children.
   
  DIS-Q:
  Dissociation Questionnaire.
   
  Dissociatie:
  Het afsplitsen van een (deel van een) herinnering van het normale bewustzijn.
   
  DSM-IV:
  Diagnostic and Statistical of Mental Disorders. Diagnostische handleiding voor psychische stoornissen.
   
  DSM-IV-TR:
  Diagnostic and Statistical of Mental Disorders. Diagnostische handleiding voor psychische stoornissen. De huidige versie (uit 2000) is een tekstrevisie van de vierde editie, aangeduid als DSM-IV-TR.
   
  DSNAO:
  Dissociatieve stoornis Niet Anderszins Omschreven.
   
  DVN:
  Diabetes Vereniging Nederland.
   
  Dysthymie:
  Chronische depressieve stemmingsstoornis (milde vorm van een depressie).
   
  ECT:
  Electro Convulsie Therapie.
   
  EDE(Q):
  Eating Disorder Examination (Questionnaire).
   
  EDES:
  Eating Disorder Evaluation Scale.
   
  EDI (-II):
  Eating Disorder Inventory (II).
   
  EEG:
  Elektro-Encefalogram.
   
  EHBO:
  Eerste hulp bij ongelukken.
   
  EMDR:
  Eye Movement Desentization and Reprocessing.
   
  Epidermis:
  Opperhuid.
   
  Excretie:
  Uitscheiding.
   
  Exsudatie:
  Excudatie betekent het lekken van vocht uit de bloedbaan.
   
  Fascie:
  Onder fascie wordt het stevig omhullende vlies mee bedoeld die bestaat uit vezelig bindweefsel waarin het gehele lichaam verpakt is.
   
  Fragmentatie:
  Verdeling in stukjes, versplintering.
   
  FTG:
  Full thickness graft.
   
  FVB:
  Federatie Vaktherapeutische Beroepen.
   
  GA:
  Gambling Anonymous.
   
  GGZ:
  Geestelijke gezondheidszorg.
   
  GHQ:
  General Health Questionnaire.
   
  GT:
  Gedragstherapie.
   
  HAIO:
  Huisarts in opleiding.
   
  Hb:
  Hemoglobine.
   
  HDRS-6:
  Hamilton Depressieschaal.
   
  Herbeleving:
  Is een herinnering aan een traumatische gebeurtenis die plotseling omhoog komt veroorzaakt door een trigger. De gebeurtenis wordt opnieuw beleefd, met dezelfde intensiteit, die er toen ook was. Je ziet de beelden, je voelt dezelfde emoties weer, je hoort dezelfde geluiden en je lichaam voelt precies weer zo aan als toen. Je ben als het ware een soort tijdmachine die even terug wordt gezet in jaar en datum.
   
  HRSD:
  Hamilton Rating Scale for Depression
   
  HRT:
  Habit reversal training.
   
  Hyperaemie:
  Hyperaemie betekent een versterkte doorbloeding.
   
  Hypertrofisch littekens:
  Onder hypertrofische littekens wordt verstaan dat bij deze littekens sprake is van overproductie van fibrineweefsel door bindweefselcellen in de huid, waardoor sterk verdikte littekens ontstaan. Het zijn dikke, roze strengen en plaques op de huid die circa 3 weken na de verwonding ontstaan en in een periode van maanden tot een jaar voortdurend dikker worden. Vooral de huid boven het borstbeen, de schouders, de nek en de oren is geneigd tot de vorming van deze hypertrofische littekens. Een aanleg tot het vormen van deze littekens is vaak familiair- of rasgebonden.
   
  IBS:
  Inbewaringstelling.
   
  ICD-10:
  International Classification of Diseases, 10 th.
   
  Identiteitsverwarring:
  Wanneer iemand zich onzeker voelt over wie hij is of moeite heeft zichzelf te omschrijven.
   
  Identiteitswijziging:
  Wanneer er zich een verschuiving plaatsvindt in de identiteit die het gedrag op een dusdanige manier verandert dat het anderen opvalt.
   
  IDS-C:
  Inventory for Depressive Symptomatology.
   
  IDS-SR:
  Inventory for Depressive Symptomatology.
   
  IES:
  Impact of Event Scale.
   
  IKG:
  Informatie- en Klachtenbureau Gezondheidszorg.
   
  IPDE:
  International Personality Disorder Examination.
   
  IPT:
  Interpersoonlijke Psychotherapie.
   
  ISST-D:
  International Society for the Study of Trauma and Dissociation.
   
  ISTSS:
  International Society for Traumatic Stress Studies.
   
  IVN:
  Intensivisten Vereniging Nederland.
   
  Jactatio capitis:
  Hoofdbonken.
   
  Keloïde littekens:
  Keloïd-littekens zijn eigenlijk een bijzonder soort hypertrofische littekens. Terwijl gewone hypertrofische littekens beperkt blijven tot de plaats van de verwonding, groeien keloïden over de grenzen van de verwonding heen, en kunnen zo betrekkelijk grote huidgebieden bedekken.
   
  KEP:
  Korte Eclectische Psychotherapie.
   
  Keratine:
  Hoornstof.
   
  KOC Veteraneninstituut:
  Kennis- en onderzoekscentrum.
   
  LCVT:
  Landelijk Centrum voor Vroegkinderlijke Chronische Traumatisering.
   
  LPR:
  Landelijke Patiënten- en Bewonersraden.
   
  LSD:
  Lysergeenzuurdiëthylamide, kunstmatig vervaardigde hallucinogene stof.
   
  LSZ:
  Landelijke Stichting Zelfbeschadiging.
   
  Leucocyten:
  Witte bloedlichaampjes.
   
  LUMC:
  Leids Universitair Medisch Centrum.
   
  Lymfangitis:
  Ontsteking van een of meerdere lymfevaten.
   
  MADRS:
  Montgomery-Asberg Depression Scale.
   
  Maladaptief:
  'Ongezonde'aanpassing.
   
  MAO:
  Monoamine oxidase remmers.
   
  MAS:
  Motivation Assessment Scale.
   
  MASC-10:
  Multidimensional Anxiety Scale for Children 10.
   
  Matrix:
  Kiemlaag.
   
  MBD:
  Minimal Brain Disfunction.
   
  MBT:
  Mentalisation Based Treatment.
   
  Mechanoreceptoren:
  Onder mechanoreceptoren worden de tast-, druk- en pijnzintuigen mee bedoeld.
   
  Melanine:
  Kleurstof, pigment.
   
  Meningitis:
  Hersenvliesontsteking.
   
  MGHHS:
  Massachusetts General Hospital Hairpulling Scale.
   
  MINI:
  Mini-International Neuropsychiatric Interview.
   
  MISS:
  Mississippi Rating Scale for Combat relatet PTSS, civilian version.
   
  MMPI:
  Minnesota Multiphasic Personality Inventory.
   
  MODS:
  Multiple Organ Dysfunction Syndrome
   
  MOS-SF-36:
  Medical Outcomes Scale.
   
  NAO:
  Niet Anderszins Omschreven.
   
  NBS:
  Nederlandse Brandwonden Stichting.
   
  Necrose:
  Versterf, niet gepaard gaande met rotting soms ten onrechte droog gangreen genoemd, het plaatselijk afsterven van weefsel, kan worden veroorzaakt door schadelijke invloeden van buiten af, belemmering in de toevoer van voeding of bloed naar de weefsels. Necrose kan men herkennen aan de zwarte kleur.
   
  NEI:
  Neuro Emotionele Integratie.
   
  Neuropathische pijn:
  Deze pijn is pijn door zenuwbeschadiging. Deze voelt eerder branderig, tintelend aan.
   
  NIP:
  Nederlands Instituut van Psychologen.
   
  NIZW:
  Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn.
   
  Nociceptieve pijn:
  Deze pijn duidt op weefselschade. Ze voelt eerder stekend, zeurend aan.
   
  NPCF:
  Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie.
   
  NPKUV:
  Nederlandse Phenylketonurie Vereniging.
   
  NPS:
  Narcistische persoonlijkheidsstoornis.
   
  NtVP:
  Nederlandstalige Vereniging voor Psychotrauma.
   
  NVA:
  Nederlandse Vereniging van Autisme.
   
  NVE:
  Nederlandse Vragenlijst voor Eetgedrag.
   
  NVET:
  Nederlandse Vereniging voor Euritmietherapie.
   
  NVH:
  Nederlandse Vereniging van Huidtherapeuten.
   
  NVIC:
  Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum.
   
  NVP:
  Nederlandse Vereniging voor Psychotherapeuten.
   
  NVPD:
  Nederlandse Vereniging voor Psychodermatologie.
   
  NVPMT:
  Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Therapie.
   
  NVRG:
  Nederlandse Vereniging voor Relatie- en Gezinstherapie.
   
  NVVP:
  Nederlandse Vereniging van Vrijgevestigde Psychotherapeuten.
   
  NVvP:
  Nederlandse Vereniging voor Psychotherapeuten.
   
  NWP:
  Nederlandse Werkgroep voor Psychodermatologie.
   
  OCS:
  Obsessieve-compulsieve spectrumstoornissen.
   
  Onychofagie:
  Nagelbijten.
   
  PAS:
  Personen uit het Autisme Spectrum.
   
  PDC:
  Psychotrauma Diagnose Centrum.
   
  PDEQ:
  Peritraumatic Dissociative Experiences Questionnaire.
   
  PDQ-4:
  Personality Disorder Questionnaire -4.
   
  PDQ-4+:
  Personality Disorder Questionnaire 4+.
   
  PDS:
  Posttraumatic Diagnostic Scale.
   
  Perionychofagie:
  Met perionychofagie wordt het bijten van de huid rondom de nagel verstaan.
   
  Pickwick-syndroom:
  Een vorm van slaapapneu veroorzaakt door vet rond de hals en de longen waardoor het moeilijker is om te ademen tijdens de slaap. Ochtendhoofdpijn en opgezwollen benen komen ook veel voor.
   
  PIE:
  Psychotraumatolgy Institute Europe.
   
  PKU:
  Phenylketonurie.
   
  Plasma:
  Bloedvloeistof.
   
  PMT:
  Psychomotorische therapie.
   
  Proliferatie:
  Met proliferatie wordt het opnieuw aangroeien en herstel van het weefsel bedoeld.
   
  Psycho-educatie:
  Uitleg krijgen over je diagnose.
   
  PTSS:
  Posttraumatische stress-stoornis.
   
  PVP:
  Patiëntenvertrouwenspersoon.
   
  RET:
  Rationele Emotieve Therapie.
   
  RGOc:
  Rob Giel Onderzoekscentrum.
   
  RIVM:
  Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.
   
  RM:
  Rechtelijke machtiging.
   
  SCAN:
  Schedules for Clinical Assessment in Neuropsychiatry.
   
  Scartification:
  Onder scartification wordt verstaan het in het Westen aanbrengen van decoratieve littekens op het lichaam met behulp van bepaalde technieken, zoals ‘branding of cutting’.
   
  SCID:
  Structured Clinical Interview for the DSM-IV.
   
  SCID-D:
  Structured Clinical Interview for the DSM-IV Dissociative disorders.
   
  SCL-90:
  Symptomen Checklist.
   
  SDQ:
  State Dissociation Questionnaire.
   
  SDQ-20:
  Somatoform Dissociation Questionnaire.
   
  SDS:
  Self-Rating Depression Scale van Zung.
   
  SEH:
  Spoedeisende hulp.
   
  Sepsis:
  Bloedvergiftiging.
   
  SIDES:
  Structured Interview Disorders of Extreme Stress.
   
  SIT:
  Zelfinstructietraining.
   
  SIT:
  Self-injury Traumata Scale.
   
  Slaap-apneu-syndroom:
  Perioden van ademstilstand tijdens de slaap.
   
  SPIS:
  Skin-Picking Impact Scale.
   
  SPS:
  Skin-Picking Scale.
   
  SRP:
  Spectaculair Reactie Patroon.
   
  SSG:
  Splitt skin graft.
   
  SSRI:
  Serotonine heropname remmer.
   
  STAI:
  Spielberger's State Anxiety.
   
  STEPP:
  Screening Tool for Early Predictors of PTSS.
   
  Stimuli:
  Onder stimuli wordt verstaan een prikkel of een aansporing.
   
  StIP:
  Stichting Informatie Persoonlijkheidsstoornissen.
   
  Striae:
  Zwangerschapsstrepen.
   
  Subcutis=hypodermis:
  Onderhuids bindweefsel.
   
  TBS:
  Terbeschikkingstelling.
   
  Thermoreceptoren:
  Onder thermoreceptoren worden de koude- en warmte zintuigen mee bedoeld.
   
  Thrix:
  Haar.
   
  Tillein:
  Eruit trekken.
   
  Triage:
  Sorteren.
   
  Trichotillomanie:
  Trichotillomanie is een psychische aandoening die in het DSM-IV is ingedeeld bij de stoornissen in de impulsbeheersing. Wie aan deze aandoening lijdt, heeft een overmatige aandrang om zijn haren uit te trekken, zowel hoofdhaar, wimpers en wenkbrauwen als haar op andere delen van het lichaam.
   
  Trigger:
  Is een zintuigafhankelijke prikkel, zoals een bepaald geluid, een geur, een kleur enzovoort die een herbeleving kan veroorzaken.
   
  TRS:
  Trauma Reenactment Syndrome.
   
  TSQ:
  Trauma Screening Questionnaire.
   
  TTM:
  Trichotillomanie.
   
  UV-straling:
  Ultra violet.
   
  VARA:
  Vereniging Arbeiders Radio Amateurs.
   
  Vasoconstrictie:
  Vaatvernauwing.
   
  Vasodilatatie:
  Vaatverwijding.
   
  VAS-schaal:
  Visual Analogue Scale.
   
  VENVN:
  Beroepsvereniging van zorgprofessionals.
   
  VERS:
  Vaardigheden Emotionele Regulatie Stoornis.
   
  Verschoningsrecht:
  In het bijzonder van getuigen, niet aan de rechtspleging deel te nemen op grond van verschoning.
   
  Vi:
  Veteraneninstituut.
   
  VISPD:
  Viersprong Institute for Studies on Personality Disorders.
   
  VKP:
  Vragenlijst voor Kenmerken van Persoonlijkheid.
   
  VMDB:
  Vereniging voor Manisch Depressieven en Betrokkenen.
   
  VVH:
  Vereniging van Haptotherapeuten.
   
  VVKP:
  Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen.
   
  VVP:
  Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie.
   
  WBOPZ:
  Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen.
   
  WCS:
  Woundcare Consultant Society.
   
  WGBO:
  Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst.
   
  WKCZ:
  Wet Klachtrecht Cliënten Zorgsector.
   
  WMCZ:
  Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen.
   
  Wmo:
  Wet maatschappelijke ondersteuning.
   
  YMRS:
  Young Mania Rating Scale.
   
   
 
 

"Een van de vele vormen van eenzaamheid is een herinnering hebben en er niet over kunnen praten."

Brigitte Bardot

"Dromen is erg belangrijk. Je kunt alleen iets realiseren als je je er een voorstelling kunt van maken."

George Lucas

"Geluk sluipt naar binnen langs een deur waarvan je niet wist dat je die opengelaten had."

John Barrymore